In ons verkiezingsprogramma bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 schreven we onder meer: “De ChristenUnie wil pal staan voor een vrije samenleving, een duurzame economie, een dienstbare en rechtvaardige overheid, de bescherming van het kwetsbare leven, zorg voor elkaar en zorg voor Gods schepping”. Vanuit die gedachte heeft de ChristenUnie ook al eerder uitgedragen dat het opkomen voor en het helpen van de vreemdeling, wat ons betreft een christelijke roeping is.

We kennen de beelden van volle boten, het verdronken jongetje, huilende vaders. Die beelden raken velen van ons diep. We kennen ook die andere beelden, van honderdduizenden vluchtelingen die onze kant opkomen, van rellende asielzoekers aan Europese binnengrenzen of bij azc’s. Die beelden voeden onze grootste angsten. Door de komst van zoveel vluchtelingen krijgen we in onze samenleving te maken met oorlogstrauma’s, met religieuze en etnische ruzies in asielzoekerscentra, met extra druk op de woningmarkt. Er is reden genoeg voor grote bezorgdheid, ook als je gelooft dat God de wereldgeschiedenis in Zijn machtige handen heeft. Barmhartigheid en bezorgdheid, naastenliefde en angst: ze zijn in onze samenleving even reëel. De slechtste manier om met deze gemengde gevoelens om te gaan, is om te kiezen voor het één en het ander te ontkennen. Het ongemak dat we deze dagen voelen, kan op twee manieren groeien: als we het voeden, of als we het verzwijgen. Daarom hebben we als fractie van de ChristenUnie geprobeerd zoveel mogelijk gesprekken te voeren met zowel voor- als tegenstanders van een azc op Heidehoek. Een dialoog welke echt niet was voorbehouden aan één politieke partij die meent dit te moeten claimen.

In Nederland zijn we nog gezegend met welvaart, vrijheid en vrede. Voor de vluchtelingen die hier aankomen, moeten we zorgen zoals we voor onszelf zorgen, zolang ze hier zijn. Want “de vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte” (Leviticus 19). Om er ook voor hen te kúnnen zijn, is het nodig dat we die verantwoordelijkheid met elkaar in ons land dragen. Dan kan het niet zo zijn dat een grote stad veel minder opvang biedt dan een klein dorp. Meer en kleinere locaties, verspreid door het land, zijn nodig om deze vluchtelingen op te vangen in ons land, in onze steden en dorpen.

Het college van B&W is tot de conclusie gekomen dat er geen draagkracht is voor een azc met 600 asielzoekers op locatie Heidehoek, dat kunnen we begrijpen. Een aantal van 300 blijkt om financieel-economische redenen niet haalbaar te zijn. Wat ons betreft zal betaalbare meer kleinschalige opvang zeker een punt van discussie moeten zijn. In de Tweede Kamer is hier onder andere door de ChristenUnie ook al aandacht voor gevraagd.

De fractie van de ChristenUnie Oldebroek steunt en stimuleert het college waar mogelijk in het nemen van de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor zowel de reguliere als de noodopvang van vluchtelingen.

Wim Boer, Henk van Bergeijk, Popke Graansma, Engbert Jan Ruitenberg, Hans het Lam, Berend Jan Spijkerboer

Om een reactie te geven moet u ingelogd zijn op deze website.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment' target='_blank'>CComment