wassen

- als je handen vuil zijn;
- voor het (klaarmaken van) eten; en na aanraken van rauw vlees.
- na een toiletbezoek;
- na hoesten, niezen in de handen (Tip: nies of hoest in de arm!)
- na het snuiten van de neus;
- na het buitenspelen;
- na het verschonen van een kind;
- na het aaien of knuffelen van (huis-)dieren;
- na het schoonmaken. Dus ook nadat je een vaatdoekje hebt gebruikt.