morren

OOSTERWOLDE - Over belangstelling had Groentje niet te klagen. Ruim 25 belangstellenden gingen onder leiding van IVN gids Dick de Graaf zich verwonderen over de schoonheid van Landgoed Morren in Oosterwolde. De herfst was al goed zichtbaar in de mooie brede lanen van het landgoed. De bladeren kleuren al mooi en er ligt momenteel een dik tapijt bestaande uit beukennootjes en eikels onder de bomen.

Kijk HIER voor een fotoreportage van Alida Bosma

Ook de grafkelder werd bezocht, het statige huis en de tuinmanswoning staan jammer genoeg leeg. Dat is goed te zien aan de verwaarloosde staat van deze gebouwen. Geheel onverwachts begon het te regenen aan het eind van de tocht. Dankzij de gastvrijheid van Fennie Wittingen en Gerry van Norel werd er gezellig en droog koffie gedronken in het ruime tuinhuis aan de Reesweg in Oosterwolde.

Geschiedenis

Al voor 1700 was er sprake van bewoning van het landgoed Morren. De naam heeft het landgoed te danken aan één van deze vroegere bewoners, ene Morre Augustijnsz. Voor 1678 werd het landgoed aangeduid met de naam Wynbergen's Erve. In de periode voor 1700 stond er op het landgoed een hofstede, ook wel spijker genoemd. In de 18e eeuw kwam het landgoed in het bezit van de familie Van Oldenbarnevelt. Eén van hen, Jan Rutger van Oldenbarnevelt, besloot in 1771 het bestaande landhuis ingrijpend te verbouwen. In die tijd kreeg het zijn huidige vorm, maar delen van het oorspronkelijk landhuis zijn bewaard gebleven. Latere wijzigingen vonden plaats in 1804 en in 1910.

Het huis

Het landhuis heeft een vroeg 19e-eeuwse entree aan de oostzijde. Ook in de achtergevel aan de westzijde is een entreepartij aangebracht. De vormgeving van deze westelijke zijde van het landhuis dateert uit 1910 toen deze gevel in een "quasi" 18e-eeuwse stijl werd verbouwd. Deze gevel is symmetrisch vormgegeven met in het midden de ingangspartij tussen Ionische zuilen met daarboven een balkon, dat door middel van openslaande deuren te bereiken is. Ter weerszijden bevinden zich grote raampartijen met een kleine roedeverdeling. Boven het balkon bevindt zich, in een halfrond timpaan, een klok. Recht boven de raampartijen zijn twee dakkapellen aangebracht met een soortgelijke roedeverdeling in de vensters, waardoor het symmetrisch karakter van dit gevelgedeelte versterkt wordt. Het landhuis heeft aan de zuidzijde een toren met een door leien gedekte spits, waarschijnlijk uit de 16e of de 17e eeuw. De toren zelf dateert uit 1910. De plattegrond van het huis is T-vormig. De met pannen gedekte schilddaken zijn voorzien van hoekschoorstenen.

De tuin

Het bestaande park bij het landhuis werd in 1795 verder verfraaid door de aanleg van een zogenaamde Engelse landschapstuin. Van de toen aangelegde waterpartijen rest alleen nog een vijver. De huidige tuin dateert uit 1911 en werd aangelegd door de tuinarchitect Poortman. Aan de westzijde bevindt zich op een rond gazon voor de ingang een zonnewijzer. Aan de oostzijde lopen slingerpaden naar een vijver. De tuin wordt begrensd door een gracht.

De grafkelder

In het Kelderbos bevindt zich de grafkelder van de eigenaren van het landgoed. Deze begraafplaats lig ongeveer 400 meter ten zuidwesten van het hoofdgebouw. Nabij de grafkelder bevinden zich ook enkele afzonderlijke grafzerken. Op de grafkelder staat de Latijnse tekst "Hîc defunctorum molliter ossa cubent" ("Moge het gebeente van de doden hier zacht rusten”). Hier liggen begraven leden van de familie Raedt en Raedt van Oldenbarnevelt.

Rijksmonument

Het totale complex - met het landhuis, enkele bij het landgoed behorende boerderijen, de tuin en de grafkelder - is in 2005 erkend als een rijksmonument. Ook de afzonderlijke delen zijn aangewezen als rijksmonument. Het complex wordt als representatief gezien van een buitenplaats met bijbehorend park in de Engelse landschapsstijl.

Om een reactie te geven moet u ingelogd zijn op deze website.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment' target='_blank'>CComment