We houden niet van medicijnen. Maar als het moet nemen we ze toch, je wilt immers beter worden of de kwaal bestrijden. Natuurlijk vertelt de voorschrijvende arts over het nut ervan en welke effecten ze moeten of kunnen hebben. En dan is er de bijsluiter. Deze papieren zijn in de loop der tijd steeds uitgebreider geworden, deels vanwege voortschrijdende ervaring met het middel, deels om arts of producerend bedrijf te vrijwaren van bepaalde klachten. Dat lijkt me verantwoord, want ook als gebruiker wil je toch wel weten wat er verder behalve de normaal beoogde werking nog kan gebeuren, En dan zijn we bij het interessante verschijnsel ‘bijwerkingen’. Ze kunnen er zijn, maar soms wacht je er vergeefs op.

Bijsluiters vertellen ons over de werkzame stoffen van het medicijn, en ook welke daarvan voor sommige mensen een apart probleem kunnen vormen. Je leest waar het middel voor is bedoeld, over de dosering en hoe in te nemen, wanneer je het beslist niet moet gebruiken, wat je moet doen als je het een dag vergeten bent in te nemen, enzovoorts. Maar het meest prikkelend zijn de opmerkingen onder het kopje ‘bijwerkingen’. Dat is soms een enorme lijst met vermeldingen. Zoals (kans op) misselijkheid, ontstekingen, slapeloosheid, uitslag, rillingen, duizeligheid, verhoogde kans op infecties, bloedingen, jicht, diarree, koorts, seksuele problemen, nachtmerries, enzovoorts. Wie dit voor het eerst leest vraagt zich dan af of gewoon overlijden niet aantrekkelijker is. Maar gelukkig wordt ook vermeld welke bijwerkingen soms, vaak, zelden, of zeer zelden (b.v. bij minder dan 1 op de 10000 gebruikers) voorkomen.

Door omstandigheden heb ik vorig jaar zelf medicijnen gebruikt. En dat heeft iets leuks opgeleverd, juist op het punt van de bijwerkingen. Want als de mensen om je heen weten dat je medicijnen gebruikt dan houden ze daar rekening mee. Ze gaan je een beetje ontzien. Je laat eens een kop koffie vallen, maar je vrouw begrijpt dat. Je vergeet een verjaardag, maar je vriend heeft daar alle begrip voor ‘dat kan ik me best voorstellen hoor in jouw situatie’. Een goeie kennis heeft je bij de visboer even geld voorgeschoten (verhip, helemaal vergeten mijn portemonnee mee te nemen). Maar je betaalt niet terug. Er wordt lang niet naar gevraagd, en je hoopt dat het ook vergeten is. Heel misschien vraagt men na een half jaar nog eens met schroom ‘zeg kreeg ik nog niet een tientje van je?’ Dan kun je altijd nog zeggen ‘dat had ik je toen-en-toen toch al teruggegeven?’ En je ziet aan de blik dat gedacht wordt ‘ach, laat ook maar zitten, hij heeft het niet meer scherp, het zullen de medicijnen wel zijn’).

Wat ik eerst een beetje vervelend vond heb ik inmiddels leren accepteren. En daardoor ga ik veel vrolijker, opgeruimder door het leven. Het geeft zoveel ruimte voor onbezorgheid. En ik heb het zelfs uitgebouwd tot een machtig wapen in de onderlinge omgang. Ik kan rustig in de vriendenkring iemand een schop tegen de schenen geven, natuurlijk zeg ik dan wel ‘sorry, is dat jouw been?’, maar er is al snel begrip: hij gebruikt medicijnen. Het been wordt wel verbonden, en zeg ik nogmaals ‘wat vervelend’, maar er is een zekere acceptatie. Ideaal! Wat in normale omstandigheden misschien onbeschoft is wordt allengs geaccepteerd, want men weet: hij kan het ook niet helpen, het zijn de bijwerkingen. Hooguit zijn er een paar familieleden die niet zo dicht meer bij me in de buurt komen, maar dat heb ik er wel voor over. Ik durf nu bijvoorbeeld op verjaardagen ook meer eten en drinken tot me te nemen, want de gastvrouw kijkt naar me met begripvolle blik: jij kunt dat ook niet helpen, het zijn de medicijnen.

Deze columns zullen voortaan ook meer ruimte gaan ademen, want bij het gebruik van medicijnen kan dat niet uitblijven. En ik kan u dat ook echt aanbevelen. De kassajuffrouw spontaan een zoen geven? Ze weet ervan, de filiaalchef keurt het goed, want het versterkt het sociale gezicht van de zaak. En als het vaker gebeurt begrijpen zelfs de klanten: o dat is hij van die bijwerkingen, ach laat hem, hij kan het ook niet helpen. Wat zegt u? Overdreven? Belachelijk? U hebt helemaal gelijk, het is ook onzin, maar u begrijpt: het zijn de b…..

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)