Het hoort een mooi feest te zijn. Sfeervol, gezellig, huiselijk, sociaal. Daar doen we veel aan. Er is een overvloed aan kerstmarkten, je kunt bijna elke dag wel naar een concert, winkels bieden extra luxe, en rijen kraampjes bieden ons prullaria waarmee onze vensterbanken toch al vol staan. Gezellig, dat wel. Maar het gist in de wereld. En dan kan het beeld opkomen van dansen op een vulkaan. Is het allemaal echt zinvol, of spelen we met z’n allen mee in een groot toneelstuk? We storten ons in een georganiseerde periode met kerstbomen, kerststollen, diners, verlichte hertjes en sleden, we kleden ons chique. Maar als we naar de spanning en nood in de wereld kijken, dan voel je je soms als iemand die in zijn brandvrije tuinhuisje naar een vrolijke familiefilm kijkt, terwijl het huis van de buren in brand staat.

Het is waar: er komen vreselijke dingen boven bij namen als Charlie Hebdo, Bataclan, Molenbeek, Assad. Dat doet ons extra verlangen naar de boodschap van kerst: Vrede op aarde. Als tegenkracht, compensatie voor onmacht. En voor we het weten zijn we misschien net zo goed vluchtelingen, maar dan in een vlucht vooruit. Afgelopen jaar kwam er veel bloot te liggen over onze verborgen emoties en gevoelens. Het vraagstuk van opvang van vluchtelingen in Nederland en in eigen omgeving is daarvan een pijnlijk voorbeeld. De wereld is een dorp geworden en komt heel dichtbij. Hoe staat het dan met onze tolerantie, naastenliefde, bereidheid onze welvaart te delen met de verschoppelingen der aarde? Hoe zouden de mensen die in Geldermalsen de democratie terroriseerden kerst vieren? Geeft kerst een zinvolle correctie, of maakt het plat gezegd geen moer uit?

Er verschuiven dingen. Zelfs in de Tweede Kamer is het inlevingsvermogen ten opzichte van religieuze minderheden afgenomen. In Amsterdam durven steeds meer Joden geen kandelaar voor hun raam te zetten tijdens Chanoeka, hun feest van het licht; ze voelen zich bedreigd. Het aantal Nederlanders dat geen contact meer heeft met een of meer familieleden neemt toe. Dat zijn geen incidenten meer, er is structureel iets fout. Denk aan het boek van Joris Luijendijk over de bankenwereld, of aan de sjoemelsoftware van Volkswagen. En evengoed de Teeven-deal, waarbij ons kabinet “opgezette verdedigingslijnen over een deal met een crimineel op houdbaarheid testte”. Ook hierbij richtte de kritiek zich op het feit dat er kennelijk structureel iets goed fout was in het bestuurlijk klimaat. Dit, en nog meer voorbeelden laten zien dat er ook bij ons wel wat loos is.

Tegelijkertijd staan daar andere moedgevende feiten tegenover. Nog steeds zijn er in ons land heel veel mensen die zich als vrijwilliger inzetten. Albert Heijn schoolt caissières in het letten op verwarde klanten. We kennen Serious Request. En, op een ander niveau getild: een Amerikaanse hoogleraar - Steven Pinker - voert aan dat we op dit moment van de geschiedenis ‘de vredigste periode ooit’ beleven. Als je alleen het journaal volgt zie je alles wat fout gaat of bedenkelijk is. Maar Pinker betoogt dat het geweld hier steeds verder terugloopt, onder andere door meer staatsbescherming en mensenrechten. Hij concludeert dat mensen het nooit en nergens beter hadden en hebben dan nu in West-Europa. Hij bekritiseert daarbij ons korte geheugen en beperkte bewustzijn. Als een politicus een privé-etentje declareert worden kranten en uitzendingen daarmee gevuld, maar zo’n incident neemt niet weg dat het in het algemeen wel degelijk goed gaat.

Beide lijnen zijn er dus, het kwaad in de wereld en in onszelf, en het goede en de zegeningen die we nog steeds mogen tellen in ons vrije en welvarende landje. De soms pijnlijke knelpunten in persoonlijke levens nemen dat niet weg. Maar er zijn wel degelijk zaken die verschralen en verdwijnen. Zoals liefde voor de medemens, verdraagzaamheid, opkomen voor democratie en rechtstaat, bescherming van wat zwak is in allerlei vormen. De moraal onder wetgeving en bestuur. Of de kloof tussen arm en rijk. We misbruiken de vrijheid die we hier kennen soms zomaar door anderen te kwetsen, te discrimineren of zelfs te terroriseren. We denken dan wel dat we vrij zijn, maar – met de woorden van de Vlaamse dichter Georges van Acker te spreken - het is vaak de vrijheid van de onverschilligheid.

En nu leven we weer toe naar het feest van ‘Vrede op aarde’. Dat vierden we vorig jaar ook. Dan is een aardige vraag of we er toen iets mee hebben gedaan. Hielden we er iets aan over? Brengt bezinning, bewustwording, reflectie ons verder? Gingen we dingen beter doen sinds kerst 2014, gaan we dat doen na kerst 2015? Verbetering ontstaat niet door als slaaf van de kalender weer de kerstballen te scheiden van de mottenballen, of de oliebollen van meer rozijnen te voorzien dan vorig jaar. De kerstboodschap confronteert ons met onmacht. Ze laat zien dat er iets nodig is wat we zelf niet kunnen. Persoonlijk geloof ik dat er hulp van buiten nodig is, van Boven. De geboorte van Jezus in Bethlehem wijst daar op. Als je het dierbaarste wat je hebt weggeeft om anderen te redden, dan inspireert dat voorbeeld ons. Geeft het moed om er weer tegenaan te durven gaan, je hart te openen voor anderen, je in te zetten voor harmonie in de samenleving, en vrede in onze woonkern. Wat zal het mooi zijn als we door de kerstboodschap weer een eerlijker en beter zicht op onze werkelijkheid krijgen. En proberen een nieuwe zwengel aan het leven te geven, voor onszelf en voor anderen. Dan is kerst ook echt een feest, tegen de verdrukking in. Dat wens ik ons toe.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)