Onlangs las ik een recensie van een film over de donkere kanten van de stad Barcelona. De titel: Biutiful. De schrijver gaf een knappe analyse over wat er in deze film gebeurt. Journalistiek ook erg goed geschreven. Wie er ooit kwam proeft weer helemaal de sfeer: de Ramblas, de Sagrada Familia, de tapasrestaurantjes, de historische kerken, de fleurige terrassen met de zonnige muziek, en overal de aanraking door Gaudi. De film is echter een trieste geschiedenis die speelt in de donkere kanten van de stad.

De recensie eindigde als volgt: "Biutiful is een zware, maar prachtige film over vaderschap, over verlangen naar genoegdoening en de dood die een ieder verwacht. Het kijken waard voor wie meer wil dan de Ryanair vliegende Barcelonatoerist."

En kijk, die laatste zin bleef bij me haken. Ik weet wel: je kunt het heel neutraal lezen. Maar het lijkt erop dat hier suggestief een tweedeling werd gemaakt. Er is dan de toerist die even komt, kijkt en geniet. Maar er is iets hogers, namelijk de toerist die verder kijkt dan zijn of haar neus lang is, die zich verdiept in de dingen die je als toerist niet zomaar ziet of tegenkomt, maar die voor sommige mensen die er wonen wel realiteit zijn. Ik kreeg het gevoel dat dit als verborgen boodschap schuil ging in die laatste zin. Dat de recensent eigenlijk de doorsnee toerist een beetje wegzet, als een iemand die niet aan het echte leven toekomt. Of misschien nog erger: de ogen sluit voor de nood die er toch ook is. En dus maar een beetje oppervlakkig consumeert. Overigens stond er geen recept bij voor hoe je als toerist in één vakantie dan wel dat ideaalbeeld zou kunnen realiseren. Misschien door deze film te bekijken? Zou kunnen, maar dat terzijde.

Toen wij als groepje vrienden twee jaar geleden Barcelona bezochten gingen we inderdaad niet op zoek naar armoede, bordelen, wijken waar je beter niet kunt komen, illegale praktijken, subculturen enzovoorts. We bezochten zeker de genoemde fraaie plekken, gebouwen, parken, de boulevard, de flamenco-opvoering, en we fietsten kriskras door de oude stad. Natuurlijk hadden we grondig voorzorgen genomen tegen de vele zakkenrollers op de Ramblas en in de metro. Hoewel het toch één keer bijna fout ging, maar het waren Barca's die de jonge crimineel corrigeerden toen die zijn hand in een verkeerde tas stak. En het is ook waar dat overheden in toeristische gebieden proberen de fraaie plekken te presenteren, en de minder mooie kanten weg te werken. Net als bij ons het mooie voortuintje soms in contrast staat met de troep die we achter bepaalde deuren verbergen. Nu is het wel een bekend verschijnsel dat mensen die zelf iets meemaken soms (bewust of onbewust) anderen die dat niet hebben meegemaakt subtiel hun plaats wijzen. Zoals een voorzitter die aan het begin van een vergadering zegt "Wat jammer dat er maar zo weinig mensen zijn gekomen", waarbij ik altijd denk "maar wij zijn er toch?" Of de winkelier die dingen zegt als "nee dat verkopen we niet, u bent ook de eerste die erom vraagt". Je zou je haast schuldig voelen dat je het durfde vragen. Of probeert de recensent alleen maar wat te prikkelen? Wil hij ons de spiegel voor te houden over ons gedrag? Soms is dat nodig. Als het gaat om de vraag of achter de kleren die we kopen geen kinderarbeid zit. Of dat koffieboeren niet profiteren van de prijs die wij ervoor betalen. Of de parketvloer die we kopen niet een te grote aanslag pleegt op het kwetsbare regenwoud. Enzovoorts.

Laten we ons geweten maar niet het zwijgen opleggen was mijn slotsom. Tegelijkertijd mag je als toerist natuurlijk dingen mooi vinden zonder je schuldig te voelen over wat er mogelijk aan ellende achter verscholen zit. Dan zou je het gros van vakantiebestemmingen kunnen afschrijven. Dan zou het toerisme en de inkomsten daaruit wegblijven, en het land nog verder achterop raken. Typisch weer zo'n voorbeeld van verantwoord afwegen.

Nog snel even gekeken: we vlogen destijds niet met Ryanair maar met Transavia. Dat scheelt weer.

Ton van Leijen ( avanleijen@lijbrandt.nl)