Het zijn bewogen weken. De mogelijke opvang van vluchtelingen in Wezep roept acuut veel vragen op. Er is over en weer enorm veel over tafel gegaan. Voor- en tegenstanders haasten zich nog steeds om zowel goede voorbeelden als zorgwekkende incidenten te verspreiden. Zelden was de noodzaak zo groot om toch vooral naar elkaars meningen te luisteren. En naar beide kanten de argumenten serieus te willen wegen. Als we alleen maar elkaar bestoken met argumenten die het eigen gelijk moeten bewijzen komen we niet veel verder. Want zelfs als er geen azc zou komen hebben we een probleem. We zijn van elkaar geschrokken. Maar niet alle kritiek is vrucht van vreemdelingenhaat. En niet alle voorstanders lijden aan een roze naïviteit. Het vraagt eerlijkheid en lef en zelfbeheersing om dat te onderkennen.

Veluwenaren hebben een warm hart voor mensen in de knel. Dat kun je concluderen als je ziet hoeveel ‘challenges’ er worden georganiseerd, hoeveel Mont Ventoux-beklimmingen, hoeveel mantelzorg, hoeveel overig vrijwilligerswerk voor hulpbehoevenden, onze jeugd in sportclubs en ga maar door. Het vluchtelingenvraagstuk verdeelt ons echter behoorlijk. Terwijl dat toch allereerst ook gaat om mensen in de knel, de meesten omdat hun leven op het spel stond. Ik ga voorbij aan harteloze en hersenloze reacties en sommige strafbare uitingen in de social media; dat leefde dus kennelijk ook onder ons toen er nog geen sprake was van een mogelijk azc. Laten we ons concentreren op de vraag hoe we samen verder kunnen komen met onze tegenstellingen.

Serieus willen luisteren naar ‘de ander’ is van onschatbaar belang. Er zijn mensen die alleen maar ‘tegen’ zijn en vervolgens geen boodschap meer hebben aan welk argument-pro dan ook. Maar ook voorstanders kunnen dezelfde fout maken als zij zich niet verdiepen in de achtergronden van en redenen voor het verzet. Een factor die een grote rol speelt is angst. En onzekerheid: wat halen we binnen? Het vraagstuk overvalt ons, we zien allerlei beangstigende beelden over oorlogsgebieden en IS, we lezen over terreuraanslagen, jihad, misstanden in opvangplekken enzovoorts. Er gaan allerlei filmpjes rond die zouden moeten bewijzen hoe fout die vluchtelingen zijn. Soms is dat gemanipuleerd, maar soms ook niet. Helaas zijn er ook onder vluchtelingen slechte mensen. En je zou ook graag zien dat vluchtelingen zich echt dankbaar tonen. Maar je kunt ze niet allemaal over één kam scheren. Dus dringt de vraag hoe we de echte hulpbehoevende kunnen helpen, en tegelijk het gajes op afstand houden.

Nare incidenten maken duidelijk hoe ingewikkeld het allemaal is. We beginnen ervaring op te doen en dat is leerzaam. Maar om die inzichten in het beleid toe te passen lijkt moeizaam. Laten we van de beroerde incidenten geen mix maken door ze op de grote hoop van de angst te gooien. Helaas gebeurt dat, en je schrikt van de gretigheid waarmee misstanden hier of daar digitaal worden verspreid. En die een sfeer aanjagen alsof we nu al niet meer veilig zijn op straat. Tegelijkertijd zie ik dat mensen die zulke filmpjes delen vrijwel direct erna al weer een foto plaatsen van hoe hun zelfgebakken appeltaart is geslaagd of hoe gezellig ze met hun dochter op het terras zitten. Kennelijk kunnen we nog steeds snel overgaan tot de orde van de dag.

Het college is intensief in gesprek met de samenleving om tot een beeld te komen van wat gewenst en haalbaar is. We wachten het onderzoek en de voorstellen af. Maar voor ons als burgers ligt er ook een zware opdracht. Ook wij, zowel voor- als tegenstanders, moeten doordenken hoe we verder kunnen komen. Onzekerheid en angst kan ook verscholen gaan achter of vertaald worden in beelden van of stellingnames over rondzwervende groepen mannen, onveiligheid voor kinderen, incidenten elders, waardevermindering van huizen, en vul maar aan. Maar er is een grote gedeelde verantwoordelijkheid om de discussie niet via de kaart van de angst te spelen. Hart en hersens in balans.

Naast het hart dus ook het verstand laten spreken. We moeten kunnen inschatten welke effecten er ontstaan als er een grote groep mensen hier komt met een andere taal en cultuur, op voorzieningen, scholen etc. Een relatief klein dorp als Wezep heeft niet die voorzieningen die bijvoorbeeld Zwolle kan bieden. Barmhartigheid staat wat mij betreft zeker voorop, maar behapbaarheid ook. Van verschillende kanten klinkt al het besef dat bij een veel lager aantal vluchtelingen de opvang en begeleiding een veel betere kans van slagen heeft. Het getal van 600 is inmiddels verlaten. We zien ook voorbeelden van hoe het juist goed gaat met de opvang, en het is belangrijk inzicht te krijgen in hoe dat kan, aan welke voorwaarden dan moet worden voldaan, enz. Blijft staan dat je mensen in nood nooit kunt helpen zonder er zelf iets van te merken.

Nuchterheid is nodig. Misstanden komen altijd voor, ook onder onze autochtone bevolking, ook zonder vluchtelingen. Nederland is een rechtsstaat, dus vluchtelingen die zich misgaan zullen evengoed worden aangepakt als degenen onder ons die bushokjes vernielen, frauderen bij een uitkering, doorrijden na een ongeluk, geweldsmisdrijven plegen, enz. Ons strafrecht geldt voor autochtoon en allochtoon. Het kan niet zo zijn dat we zelf gedrag gaan vertonen dat we juist zo afkeuren bij bepaalde asielzoekers.

Dus ligt de dringende vraag op tafel of we als bevolking van Wezep samen nog een bepaalde moraal van barmhartigheid en fatsoenlijk burgerschap overeind willen houden en delen. En hoe we ons hart kunnen laten spreken zonder ons verstand daarbij uit te schakelen. Angst aanjagen, de sfeer opfokken is betrekkelijk gemakkelijk. In harmonie met elkaar leven als dorpsbewoners vraagt om iets anders. Laten we zorgvuldig met elkaar communiceren, het is al ingewikkeld genoeg.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)