Elk jaar worden in het kader van de WorldPressPhoto prijzen uitgereikt. De bekroonde foto’s gaan heel vaak over levensbedreigende situaties als oorlogen, rampen, ziekten, milieuaantasting enzovoorts. Jaren geleden ging de winnende prijs naar de foto van een man vlak voor zijn executie. We zien dan een gezicht van een mens in doodsangst die weet dat hij binnen een paar seconden niet meer leeft. Regelmatig worden bij dergelijke foto’s kritisch de vinger gelegd: het is weinig ethisch om een medemens in zo’n extreem moment van zijn of haar leven ten toon te stellen. Privacy is dan nog maar een zwakke uitdrukking.

Dat is de reden dat sommige media als principiële lijn hanteren zulke foto’s niet af te drukken. Ik vind dat een sterk en respectabel besluit. Daarbij is ook de grens tussen relevante en actuele informatie naar sensatiebeleving uiterst dun. En toch, en toch en toch. Er zijn momenten waarop je moet toegeven dat een foto die volgens dit principe niet door de beugel kan een goed doel dient. Ik denk nu natuurlijk aan de foto van het aangespoelde jongetje Aylan. Ook afgezien van het feit dat er aanwijzingen zijn dat er met de plaatsing van het lichaampje is gemanipuleerd heeft de foto toch voor een belangrijke omslag in de opinie gezorgd.

Voor veel mensen die zich machteloos voelden onder het vluchtelingenprobleem is een kritische grens bereikt. Men komt in beweging. Dat geeft ons weer een beetje moed: hèhè, er gebeurt wat. Op allerlei niveaus wordt het besef urgent dat er daden moeten worden gesteld. Europese leiders durven hun nek uit te steken, hoewel nog niet allemaal, en niet ver genoeg. Schrijnend zichtbaar wordt opnieuw de negatieve rol van Rusland, dat ook al in de aanpak van de bron van veel ellende, Syrië, niet meewerkt aan welke oplossing dan ook. En wat te denken van de tweeslachtige rol van Hongarije? Toen ik acht jaar was vertelden mijn ouders me over Hongaarse vluchtelingen die naar Nederland kwamen, omdat de Russen Hongarije binnen vielen. En in Arabische landen wordt nu zelfs de vraag gesteld waarom hun broeders hun heil in Europa gaan zoeken. Dat is een compliment voor het vrije westen, maar een aanklacht voor henzelf.

Het ingewikkelde zit-em onder andere in de verscheidenheid van doelgroepen. Er zijn echte vluchtelingen, zij die voor hun leven vreesden, maar ook asielzoekers om andere redenen. Er kunnen minder zuivere figuren tussen zitten, zoals mensensmokkelaars of andere criminelen. Daarnaast zijn er mensen die voor zichzelf of hun gezin geen toekomst meer zagen, en een nieuw bestaan willen opbouwen in een land waar mensenrechten gelden, democratie, vrijheid. Ook zijn er wat wordt genoemd gelukszoekers. Toch is dat een beladen woord. Iemand noemde het voorbeeld van Evert van Benthem die naar Canada emigreerde, onder andere vanwege de strenge regelgeving hier. Dat werd beschouwd als goed ondernemerschap, en niemand noemde hem daarom ‘gelukszoeker’. Mag je dat dan wel zeggen van iemand afkomstig van een uitzichtloze situatie, die met de eigen talenten zich ten volle wil inzetten om hier een nieuw bestaan op te bouwen?

En daar raken we een belangrijke andere kant van het verhaal. Onder de nieuwe instroom zit heel veel talent, potentieel, van artsen en ingenieurs tot andere vakmensen en intellectuelen. Zij willen aan de slag. Dat deze mensen een verrijking kunnen betekenen voor de westerse samenleving wordt steeds meer onder ogen gezien, ook door mensen als Angela Merkel en andere leiders. Tegelijkertijd blijft natuurlijk de noodzaak van medemenselijkheid recht overeind staan. In het speciale televisieprogramma vorige week werden de verschillende zienswijzen en aspecten verhelderend uiteengezet. Angst voor het onbekende en (mogelijke) negatieve aspecten kreeg er een plaats naast het ontzenuwen van onjuiste beelden en berichtgeving, de oproep om vooral verstandig te werk te gaan, wat je beter wel en niet kunt doen voor en met vluchtelingen enz. enz.

De nood wordt door vele beelden bevestigd. Beelden kunnen ook misbruikt worden. Zoals van die vluchtelingen die op een perron ergens in Hongarije flesjes water op de rails gooien, waarbij dan het onderschrift is ‘kijk eens hoe ondankbaar ze zijn’. Het Rode Kruis heeft dit incident uitgezocht en weerlegd. Het ging om pure onmacht en frustratie bij een aantal mensen die na een lange reis graag verder wilden maar uren werden tegengehouden. Dan is zelfbeheersing soms teveel gevraagd. Toch blijven er mensen de insinuatie van ondankbaarheid op Facebook doorgeven. Overigens zijn er overtuigend veel beelden die niet of nauwelijks te manipuleren zijn, zoals van de cameravrouw die een vluchteling pootje haakte, en terecht werd ontslagen. Of van de in een markthal verzamelde mensen achter hekken, aan wie broodjes werden toegegooid alsof het een voederuurtje voor vee was.

Goede meningsvorming en gerichte hulp begint bij zuivere beeldvorming. Alleen zo kunnen we werken aan een evenwicht tussen medemenselijkheid en realisme, rechtvaardigheid en wijsheid. Het is al moeilijk genoeg, en dan kunnen we valse beeldvorming missen als kiespijn.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)