De scholen zijn begonnen, en de meesten van ons zijn weer aan het werk. En nu zijn het de dagen van ‘waar zijn jullie geweest?’ En ‘was dat leuk?’ We wisselen uit wat we deden en wat we zagen. Veel verhalen gaan over wat ik maar noem van die sprokkeltripjes, kleine uitjes waarbij je wel ziet wat het zal brengen. Laatst hadden wij er ook zo een. ’s Morgens lekker uitvoerig ontbijten, en dan op de fiets met alleen een globale route. ‘We zien wel’ zeiden we, want niets moest. Deze column kent dan ook een variant van spanning die bekend is onder de naam ontspanning. Maar ook dat vraagt een beetje inspanning.

We zitten in Doorwerth, vlakbij dat mooie kasteel met die naam. Het dorp valt onder de gemeente Renkum, samen met Wolfsheze, Heelsum, Heveadorp en Oosterbeek. Bij dit laatste denk je meteen aan de slag om Arnhem, en daar ontkom je hier ook niet aan. Een prachtig gebied, welvarend, met veel bos en groen, villa’s, paardenfokkerijen e.d. We doorkruisen mooie bossen en passeren lieve plekjes die zo uit een sprookjesboek geplukt lijken. Als er iets op mijn hoofd valt dat ik weg wil vegen loop ik mijn eerste wespensteek op van dit seizoen. Mijn vrouw heeft echter een slim zalfje dat onmiddellijk werkt. Nu ruik ik sterk naar nootmuskaat.

We komen aan bij Huize Hartenstein. Ooit een restaurant, in de oorlog hoofdkwartier van de geallieerden, en nu is er het Airbornemusuem in gevestigd. Wat een prachtig park! In het museum worden we ondergedompeld in die indrukwekkende geschiedenis van de slag om Arnhem. Na drie mislukte pogingen moesten de geallieerden zich in 1944 terugtrekken: de Duitse tegenstand was veel sterker dan verondersteld. Maar toen waren John Frost en zijn eenheid al doorgedrongen tot het bruggenhoofd en konden niet meer worden ontzet. Ze dwongen zelfs bij de vijand enorm respect af door hun felle en langdurige verzet. Veel aandacht ook voor wat het allemaal betekende voor de burgers van Arnhem. Een boek als ‘Een brug te ver’ van Cornelis Ryan geeft een goed beeld, maar kinderen kunnen zich in dit museum ook visueel verplaatsen in de oorlogssituatie door kelderverdiepingen waarin de sfeer van de slag is uitgebeeld met materiaal en geluid. ‘Airborne Experience’ heet dat.

We verlaten Oosterbeek, zakken af naar de Westerbouwing, en nemen bij de Generaal Sosabowskikade het Drielse Veer. We zijn nu de enige passagiers. Het veer brengt ons over de Neder Rijn van de Veluwe naar de Betuwe. Prachtig landschap, veel fruitteelt. We zien aan de rivier oude steenfabrieken liggen, en ver aan de overkant weer kasteel Doorwerth. Dan fietsen we Driel in, bekend van die typische boogsluizen. In dit uitgestorven dorp nemen we thee op een eveneens leeg terras. De eigenares zegt dat het meestal zo rustig is, maar ‘ze zou hier nooit weg willen’. Verder over de dijk komen we onder de hoge brug van de A50. We bekijken het herinneringsmonument van het 101e Regiment van Canadese Paratroopers. Dan zijn we al bij Heteren, en na enkele kilometers zakken we van de dijk af richting het Heterense Veer. In de uiterwaarden fourageren drie ooievaars.

Het veer zet ons over met nog vier andere fietsers, en legt aan bij een groenstrook. Bij een plattegrond moet ik even wachten op een vrouw die voor me staat met in beide fietstassen en onder haar snelbinders enorme pakken toiletpapier. Als ze vertrekt vraag ik haar met een hoofdbeweging naar de plattegrond gekscherend of ze inmiddels weet waar het papier moet worden afgeleverd. Even schrikt ze, maar dan ziet ze de lol ervan in. We fietsen Renkum in, kopen een ijsje aan de Generaal Urquhartlaan, en gaan op het terras zitten smikkelen. Er komt een man langs die zegt ‘U zit hier wel te genieten he?’ Mijn vrouw zegt ‘Is dat echt zo goed te zien?’ en alledrie schieten we in de lach. Maar hij heeft gelijk: we ondergaan het allemaal met een luxe gevoel van weelde in deze zomerse oase.

En ook dat delen we met vele anderen: het besef dat dit inderdaad een voorrecht is in een wereld die in brand staat en waarin grote mensenmassa’s op drift zijn om dood en ellende en uitzichtloosheid te ontvluchten. Dat bezorgt je een onmachtig gevoel. Maar tegelijk verdiept het je besef van het voorrecht in een vrij land te mogen leven. We trappen door en passeren Heelsum, met weer een oud kanon en een gedenkplaat. Kort daarna zijn we terug waar we begonnen, dat is aan de Van der Molenallee, waarlangs ooit John Frost met zijn mannen optrok naar de brug bij Arnhem. Maar voor ons was het een dagje uitwaaien. Eigenlijk een soort snorkelen in vrijheid, maar dan op het droge. Ondanks de Beneden Rijn kwamen we wel weer boven water.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)