Dit gaat niet over mensen die iets wat voor een ander heilig is belachelijk maken. Het gaat over mensen dus die erop uittrekken om iets bijzonders waar te nemen. Het Engelse ‘spotten’ betekent verkenning, en daarbij hoort dat je tevoren niet weet of je ook echt krijgt te zien waar je op hoopt. Ik was pas in Friesland, en ging weer eens langs bij vliegbasis Leeuwarden om vliegtuigen te spotten, niet wetend wat dat zou opleveren.

Vroeg opstaan, ontbijten, mijn ivoren vrienden conditioneren, stoeltje in de auto en hup, de A7 op. Op een heuveltje nabij het dorpje Marssum is een spottersplek ingericht. Ik had twijfels of er wel gevlogen zou worden, want ook piloten en hun teams hebben vakantie. Toen ik tegen half negen arriveerde zag ik al uit de verte autodaken in de zon blinken, en contouren van een paar mensen. Dichtbij gekomen telde ik zo’n twaalf personen. Na lang wachten werd mijn hoop werkelijkheid. Tegen tien voor negen uur verschenen er twee F-16’s, die op zo’n honderd meter voor onze neus eerst parkeerden, en daarna opstegen. Ik werd opnieuw overrompeld door het enorme geluid van de nabranders. Even later volgden er nog twee. Net toen ik overwoog naar huis te gaan gebeurde er wat iedereen had gehoopt: er kwamen twee F-35’s, de nieuwste aanwinst van de Luchtmacht, de baan op. Ons geduld was beloond, spectaculair. Inmiddels stonden er bijna vijftig personen. 

Wat zijn vliegtuigspotters eigenlijk voor mensen? Geen mensen met laag uitgesneden hemden waardoor je zoveel mogelijk van de tattoos ziet, geen laarzen om door drassig biotoop te struinen; eerder dragen ze van die vesten of jasjes met allerlei slimme vakken, die je ook bij vissers of andere natuurliefhebbers ziet. Wat de meesten wel dragen is een petje, vaak met een vliegtuig erop, of iets wat verband houdt met de militaire wereld. Zelf had ik een neutraal petje op, en om mijn hals een echte (van mijn zoon geleende) Pentax verrekijker, tenslotte wilde ik wel graag een beetje voor vol worden aangezien.

Want nu komt het: de echte vliegtuigspotter heeft een aantal attributen waar je koud van wordt. Allereerst de huishoudtrap (ja echt!) waarop ze gaan staan om over het minder belangrijke publiek heen te kunnen kijken, of naar keuze hun camera’s met telelens stabiel te houden. En wat voor camera’s! Een eindje verderop stond een zeer gevulde man met zo’n enorm kanon voor de boeg: als hij wilde scherpstellen moest hij het gevaarte eerst dwars op zijn buik leggen om bij de lens te kunnen. Verschillende spotters hadden als extra ook nog een stoel. Ze beslaan individueel ongeveer 1,5 bij 2 vierkante meter, en het voelde haast intimiderend om er zomaar tussen te gaan staan.

Wat ook indruk maakt: ze hebben vaak een ontvanger bij zich die de onverstaanbare woorden van de verkeerstoren opvangt; als ze dan na dat gekraak hun positie op de trap innamen wist je: er gaat iets gebeuren. Tussentijds werden er broodjes gegeten en koffie genuttigd. Enkelen kenden elkaar, en dat gaf van die echte ingewijden-conversaties: “ben je vorige week nog in Ramstein geweest?” (Dat is een belangrijke vliegbasis van Amerika in Duitsland, AvL). “Ja man, het gaat daar af en aan. En jij: die Chinooks op Gilze nog in actie gezien?” “Nee, ze waren niet van de grond te branden.” Ik zweeg temidden van zoveel deskundigheid.   

Spotters hebben niet zelden een technische inslag of idem beroepssfeer. Een echte modelspoorwegbouwer doet meer dan alleen met treintjes rijden, een echte fotograaf doet meer dan alleen plaatjes schieten. Echte vliegtuigspotters doen ook meer dan alleen vliegtuigjes kijken: ze bouwen er een wereld omheen, en wat ze waarnemen noteren ze vaak: typen, serienummers en andere (liefst afwijkende) technische specificaties van een kist (jargon voor vliegtuig) e.d. Aan het spotten beleven ze mystiek.

Het bestaan van gevechtsvliegtuigen heeft een trieste reden: een noodzakelijk tegenwicht kunnen bieden tegen kwade machten en systemen. Niettemin laat de knowhow en techniek zien tot welke prestaties de mens in staat is. Dat is denk ik het boeiende voor elke vliegtuigspotter. Ook ik genoot daarvan. Maar het blijft techniek die het niet kan winnen van de natuur. Zo genoot ik ook van  het verhaal van dat meisje in Engeland dat ‘vriendschap’ heeft met een bijzonder huisdier: een hommel. Het beestje vliegt met haar mee overal waar ze gaat, landt steeds op haar arm of hoofd, zit zelfs op haar kussen als ze slaapt. Misschien spot hij haar wel.

 Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)