Af en toe gebeurt het wel eens: je hebt elders woonachtige visite op de koffie, en ineens klinken er zware doffe dreunen waarvan de ruiten rammelen. De bezoekers schrikken: “wat is dit?” We leggen uit dat het schietoefeningen zijn van de artillerie in ’t Harde. Wij schrokken niet omdat we eraan gewend zijn. De plaats waar je woont bepaalt in dit voorbeeld met welke gebeurtenissen je vertrouwd bent - of niet - en hoe je daarop reageert. Een boeiende relatie tussen beleving en werkelijkheid dus.  

Soms kun je de vraag weer horen of ‘dat geschiet nu wel nodig is’. Voor sommige mensen komt het middeleeuws over. Ik herinner me een verklaring die ooit werd gehoord, namelijk dat er alleen met overjarige munitie werd geschoten, maar dat moet wel een grap zijn geweest. Maar goed, als wij in NAVO-verband iets willen bijdragen aan het intomen van geweld in deze wereld dan dient er ook geoefend te worden, desnoods - hoewel ook dat haast als grap klinkt - met van Duitsland geleasde tanks.

Tijden veranderen, en dus verandert ook onze reactie op gebeurtenissen die niet altijd echt nieuw zijn. Telkens als door de jaren heen onze straaljagers worden vervangen door modernere typen laait ook de discussie weer op over geluidsoverlast. (Bij de komst van de F-104 Starfighter in 1962, de F-16 in 1979, en recent bij de komst van de de F-35 JSF.) Omwonenden van een vliegbasis zijn eraan gewend en hebben ermee leren leven. Als nieuw ingekomen bewoners erover klagen kun je autochtone bewoners horen zeggen ‘dan hadden ze hier niet moeten komen wonen’. Maar als oud-luchtmachtmilitair ben ik niet objectief, ik heb nu eenmaal iets met straaljagers.

Dat ligt anders en zwaarder bij de plannen voor Lelystad-airport. In onze regio hebben we daar - terecht - grote moeite mee. Je kunt natuurlijk aanvoeren dat het aantal decibellen op een zonnige stranddag veel hoger is dan bij dit vliegverkeer. Maar voor het strand kies je vrijwillig, en in een badgastenkakefonie zit je dus niet permanent. Als de plannen van de volhardende minister Cora Nieuwenhuizen doorgaan dan zal de frequentie van vluchten en de daarmee verbonden intensiteit van het geluid enorm toenemen. De rammelende onderbouwing in het begin heeft het vertrouwen in een eerlijke afweging fors beschadigd. Waar de F-16 en de F-35 vooral boven de Noordzee oefenen gaat in onze regio de overlast structureel omhoog - als de plannen onverhoopt doorgaan. 

Nu een heel ander voorbeeld van beleving en werkelijkheid. Als je mensen vraagt naar hun gevoelens over de veiligheid in Nederland, dan zullen ze zich waarschijnlijk sterk bezorgd

tonen: liquidaties, steekpartijen, grof uitgaansgeweld, enzovoorts. De vreselijke aanslag op Peter R. de Vries heeft dat beeld denk ik behoorlijk versterkt. Toch blijkt (artikel Ralf Bodelier in het ND van 28 juli) dat het aantal gevallen van moord en doodslag in Nederland juist is gehalveerd; de kans daarop was in 1992 nog één op de 60.000, maar in 2020 was dat één op de 150.000. Naast moord en doodslag neemt ook over de hele linie - dus ondanks de stijging van steekincidenten - het gebruik van geweld af.

Dat moord en doodslag voor ons gevoel alleen maar toeneemt kan o.a. verklaard worden uit het feit dat we vrijwel alleen horen over de criminaliteit die blijft. Als voorbeeld wordt gegeven: wanneer in de jaren zestig in Amsterdam een misdaadjournalist was neergeschoten dan zouden de Amsterdammers dat pas een dag later in Het Parool hebben gelezen. De aanslag op Peter R. de Vries werd meteen als breaking news zelfs in Berlijn, New York en Hong Kong gebracht. Daarnaast is vastgesteld dat onze morele standaarden zijn verhoogd: door onze toenemende beschaving vinden we geweld zo stuitend, dat elke variant daarvan afschuw oproept.  

Oftewel: hoe grote of intenser de media-aandacht voor criminele feiten, hoe meer ons gevoel van onveiligheid wordt aangewakkerd. Maar daarbij stroken ons gevoel en onze beleving dus niet altijd met de werkelijkheid.  

  

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)