avlag

Amerika heeft voor ons veel gezichten. Om te beginnen is er de dankbaarheid voor al die Amerikaanse jongens en mannen die hun leven gaven voor onze vrijheid. We hebben bewondering voor de ongekende mogelijkheden van ‘Uncle Sam’ op het gebied van techniek, ruimtevaart, enz. Toeristen noemen Yosimity- of Yellowstone Park, Route ’66,  de  enorme porties koffie, cola, steaks. De geschiedenis en cultuur: John Wayne, Bob Dylan, The American Dream, de gewoonten, het wapenbezit, de casino’s, en ga maar door. En de enorme politieke verschillen. Eind vorig jaar verscheen het eerste deel van de memoires van Barack Obama.*) Een inzichtgevend en fascinerend boek.    

De economische en militaire grootmacht kent intern ongelooflijk grote verschillen. Tussen oost- en westkust, tussen noord en zuid, tussen rijke steden en arm platteland, tussen blank en kleur, tussen  de beide politieke stromingen. Republikeinen hebben een hekel  aan centrale bemoeienis en de invloed van Washington, leggen een zwaar accent op law-and-order, hebben niet veel compassie met mensen die ‘het niet redden’. Ze zijn niet solidair, en vangnetten voor zwakkere medeburgers worden al gauw als socialistisch gezien; in de ogen van een Republikein is zelfs Rutte nog een linkse premier. Democraten richten zich daarentegen meer op solidariteit, gezondheidszorg die voor iedereen beschikbaar is, een centraal financieel beleid met gelijke kansen en rechten voor rijk en arm.

Terwijl conservatieve krachten zich verzetten tegen een ‘regulerende staat’, heeft  juist de centrale overheid het leven in Amerika zoveel beter gemaakt. Maar elke keer als Obama voorzichtig bepleitte de exorbitante rijkdom in het land eerlijker te verdelen riep dat veel verontrusting op bij de conservatieven. Zoals bij Sarah Palin, de beoogde running-mate van John McCain, die in haar kritiek op Obama opruiende taal over  ‘bedreigend communisme’ niet schuwde. Als je dan leest dat onder haar sympathisanten als het om Obama ging gescandeerd werd ‘Terrorist!’ of ‘Kop eraf!’ dan zie je dit sentiment ook de kop opsteken in de actualiteit van vandaag, zoals in de ellende rond de bestorming van het Capitool.

Bij de financiële clash vielen grote banken om, ontstonden een enorme hypotheekcrisis,  werkloosheid en sociale malaise. Bij deze grote onzekerheid begonnen de mensen zich af te vragen of ze de overheid nog wel konden vertrouwen. Wantrouwen en ontreddering vertaalden zich in allerlei vormen, tot en met de Black-Lives-Matter-beweging (later) toe. Obama schetst het allemaal. Daarnaast passeert een lange rij van gebeurtenissen de revu, waaronder Afghanistan, de aanval op de Twin Towers, de Irakoorlog inzet door Bush junior, de executie van Osama Bin Laden, de moeizame relatie met Rusland, het aftasten van de mogelijkheden tot samenwerking met China, de brandhaarden als Libië en Syrië, de ‘lente’in verschillende landen in met name het middenoosten.   

Barack Obama’s weg naar het presidentschap was een bijzondere. Met zijn uitgesproken talent en uithoudingsvermogen enthousiasmeerde hij mensen die zijn idealen deelden, en mee verantwoordelijk wilden zijn voor de bijzondere successen die werden bereikt. Maar de kloof tussen Democraten en Republikeinen bleef groot. Obama trad aan in de zwaarste financieel-economische crisis in Amerika sinds de dertiger jaren vorige eeuw, en hij wilde die samen met de Republikeinen bestrijden. Dat bleek nauwelijks mogelijk. Hoewel hij met waardering spreekt over mannen als John McCain en Ted Kennedy werkten de Republikeinen frontaal tegen. Machtige Republikeinen als Mitch McConnell - die ook vandaag nog steeds een rol speelt - hadden als voornaamste doel het wegwerken van de regering-Obama. Een republikein die Obama steunde kon geroyeerd worden, of raakte als gouverneur zijn zetel kwijt.

Leuke dingen zijn het inkijkje in het leven in het Witte Huis, het reizen met de presidentiële vervoermiddelen The Beast (auto), de Air Force One (vliegtuig), de Marine One (helicopter). Leuk ook hoe hij zijn hechte relatie met Michelle en hun dochters beschijft, zeer vermakelijk hoe hij regeringsleiders als Brown, Sarkozy en Merkel, Putin enz. schetst. Een contrast daarmee vormt de onmacht die hij voelde bij de onoverbrugbare kloof tussen wat er volgens hem zou moeten gebeuren om een betere wereld tot stand te brengen, en wat hij ook werkelijk gedaan kon krijgen. Dat gevoel werd sterker aan het eind van zijn ambtstermijn, toen ook de opkomst van Trump verziekend begon te werken. Daar eindigt dit eerdere deel zo ongeveer, wat razend benieuwd maakt naar het vervolg.

Nee: Amerika is niet Het beloofde Land. En Obama is geen heilige, maar wel een integer mens dat juist vanwege zijn sobere afkomst oog had voor een rechtvaardige samenleving.

Het boek is uitstekend geschreven (dik compliment voor de vertalers), is fascinerend van inhoud, en wat mij betreft dus een dikke aanrader.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)   

*) Een beloofd land; Barack Obama; Amsterdam, 2020.

Wie thuis een wandeling door Amerika wil maken leze b.v. Amerikanen zijn niet gek door Charles Groenhuijsen, 2005, of In alle staten door Max Westerman, 2007, of recentere werken.