Het is goed om kritisch naar jezelf te durven kijken. Dat geldt voor ons als individuen en evengoed voor overheden en organisaties. Terugkijken, misstanden aanwijzen en daar consequenties aan verbinden. Denk aan het verwijderen van standbeelden - of - wat beschaafder – het aanbieden van excuses. Zoals excuses van de regering voor ons koloniale verleden, of voor de slavernij. Of van de Nederlandse Spoorwegen voor hun rol in de laatste oorlog. Deze dagen zien we excuses en een schuldbelijdenis van kerken voor wat zij deden en nalieten ten opzichte van de joden. Van een andere orde zijn de excuses van de koning voor de (afgebroken) vakantie naar Griekenland. Waardevolle bewegingen, maar ze roepen ook vragen op.

Laat ik bij het minst belangrijke voorbeeld beginnen. Hoewel het wettelijk kon, en veel Nederlanders zoiets ook gewoon doen, vraag je je af hoe het kon gebeuren; hij moest toch kunnen aanvoelen dat dit slechte voorbeeld heel veel mensen pijn zou kunnen doen. Toch was mijn reactie ook “nee he, nu moeten we daarover de hele week weer allerlei meningen en analyses aanhoren.” En dat gebeurde. Na het algemeen excuus gevolgd door de video van Willem en Maxima begon het gefileer opnieuw. Nu dacht ik - en denk dat nog - dat een excuus alleen op zijn plaats is als je een ander onrecht hebt aangedaan. Ook ik hoor bij het Nederlandse volk. Toch voel me niet tekortgedaan of geschoffeerd door de koning. Als individu vraag ik niet om deze excuses, hun terugkeer was voor mij een voldoende sterk bewijs van tot inkeer komen. En er staan veel oprechte en betrokken daden van ons vorstenpaar tegenover.  

Heel anders ligt het bij de voorbeelden van historische misstanden waarmee ik begon. Maar ook daar liggen vragen. Zoals: kun je zulke vormen van excuses volhouden bij generaties die niets van dat verleden hebben meegemaakt of er zelfs niets van weten? Hoe oprecht kan zo’n excuus dan zijn? Voor een organisatie kan ik me het wel voorstellen: zo zijn de Nederlandse Spoorwegen terecht aanspreekbaar op wat ze in het verleden (niet) hebben gedaan. Maar als het om personen gaat is het denk ik  beter te spreken van het beseffen en de erkenning van het kwaad dat plaatsvond, eventueel met de belijdenis is dat het fout was, en nooit meer zou mogen gebeuren.  

Het was Socrates (hij leefde van 470 tot 399 voor Christus) die zei “Het grootste gevaar voor zowel samenleving als individu is het afzien van kritisch denken.” Heel actueel. Maar juist nu we in de historie onrecht tegen de mensheid benoemen zien we tegelijk via het internet een geopend riool waarin racisme en discriminatie ons overspoelen. In die vloedgolf moeten we ons staande zien te houden en blijven vechten voor de waarden van het leven, mensenrechten, zorg voor elkaar, bescherming van kwetsbaren, een rechtvaardige samenleving, werken aan een leefbaar milieu enz. Doelen die we niet kunnen zien als iets alleen voor de overheid, maar die ook van onszelf vragen dat we met een zuiver geweten handelen ten opzichte van onze medemens.

Kritisch terugkijken en fouten aanwijzen vraagt ook om bescheidenheid en zelfkennis. Hoe gemakkelijk en comfortabel is het niet voor mij om nu te oordelen over wat er door anderen, toen en toen ooit gebeurde, terwijl ik besef dat het nog maar de vraag is of ikzelf, als ik in die tijd geleefd had, in die cultuur, in dat denksysteem en groepsgedrag ook niet tot eenzelfde laakbaar gedrag was gekomen. Geschiedenis herhaalt zich, wordt wel gezegd, en vandaag schrijven wij de geschiedenis waar morgen volgende generaties snoeihard over zullen oordelen. Fouten in het verleden kunnen een signaal zijn voor nu, kunnen ons bescheiden houden, en prikkelen om het beter te doen.      

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)