We weten het bijna allemaal: met ons gaat het goed, maar met Nederland minder. Over heel veel van wat er in ons leven gebeurt zijn we tevreden. We zijn aan eigen patronen en leefgewoonten gewend, daarbij ons vaak er helemaal niet van bewust waardoor de dingen zo goed lopen. Totdat onze rust wordt verstoord. Totdat er iets gebeurt dat ons dwingt rekening te houden met iets nieuws, iets afwijkends, waar we niet om vroegen. Onze eerste  reactie is dan meestal afwerend, naar buiten gericht. Ik herken het bij mezelf als ik ongevraagd dingen ervaar als gezeur van buiten. Dan heb ik al snel een oordeel over de krachten die me dit aandoen. Die krachten zijn bijna altijd ‘ze’.

Twee klanten wachten in de apotheek op hun beurt. De een ziet een wandtekst waarin wordt verteld dat voortaan alleen pinnen nog mogelijk is. Reactie: “Ze maken het je ook steeds moeilijker.” Overigens wordt dit niet tegen de concrete ‘ze’, namelijk de apotheker gezegd. Vergelijkbare verwijten kennen we als ‘ze moeten zonodig…’, ‘hoe kunnen ze zoiets bedenken..’, ‘waarom doen ze niks aan het onkruid voor mijn deur’, waarom maken ze die dingen niet duurzamer’, en ga maar door. Een kras voorbeeld was dat van een caféhouder die voor het achtuurjournaal werd bevraagd over de strengere coronamaatregelen; voor hem was het duidelijk: “Dit is gewoon cafeetje pesten.” Ik begrijp de emotie: het gaat tenslotte om wat je hebt opgebouwd, je inkomen, je leven. Maar het is natuurlijk onzin.

Ach ja, het is typisch de taak van een overheid: doen wat wij niet kunnen doen, namelijk afwegen tussen individuele en algemene belangen, daarbij zoekend naar draagvlak, balans, proportionaliteit. Politici die daarbij puur de opinie volgen vallen snel door de mand, en zorgen voor zwak beleid, onzekerheid en wantrouwen onder de mensen. Mooi te zien hoe wetenschappers als ze in de media weer eens om een mening worden gevraagd standvastig omgaan met de echte feiten; ze zwichten niet voor de hoop van sommige interviewers dat deze wetenschappers iets zeggen dat botst met wat de overheid vindt of doet. Dat maakt mooi de gescheiden verantwoordelijkheden zichtbaar.

Want de nuchterheid gebied te zeggen dat de caféhouder die ik net noemde ook zou inzien dat pijnlijke maar noodzakelijke maatregelen nodig zijn als hij zelf op de overheidsstoel zou zitten. Maar hij heeft natuurlijk het recht op te komen voor zijn eigen belangen, wat we denk ik allemaal zouden doen. Frappant overigens dat juist deze dagen vanuit de georganiseerde horeca een pleidooi wordt gehoord voor een vervroegde avondsluiting. Dat is een bewijs van gezond verstand in de sector, maar ook van wijsheid, het inzicht dat er echt iets moet gebeuren wil de situatie niet verder verslechteren. We zien zelfs dat het verwijt dat de overheid teveel op onze vrijheid ingrijpt nu is omgeslagen naar een verwijt dat de overheid veel strenger en duidelijker moet zijn.

De les die voortdurend wordt voorgehouden is dan ook dat we het samen moeten doen. In een column van Maaike Ouboter las ik “Als één op de vier mensen elke dag één stuk afval zou oprapen, dan zou er niets meer op straat liggen.” *) Dit kan ook voor andere problemen gelden, zoals onze onderlinge communicatie en omgang. Een prachtig voorbeeld vind ik - wat ik maar noem – het Gommers-model: Diederik Gommers, de bekende intensivist en corona-expert, heel Nederland kent hem inmiddels. Als reactie op het (aanvankelijk onvolwassen domme) optreden van influencer Famke Louise ging hij niet in de aanval om haar belachelijk te maken, maar nam hij de moeite haar serieus te nemen en inzicht te geven in het echte verhaal. Dat dwingt bewondering af. Zijn aanpak brengt winst.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Als we onze schaamte overwinnen en een mondkapje in de supermarkt gaan dragen steunen we elkaar in de goede richting. Je kunt eindeloos discussiëren over het echte nut ervan, maar alles met elkaar bevordert het wel het collectieve besef dat we samen wat moeten doen. We kunnen inderdaad veel bereiken als we ons verstandig gedragen. Het woord ‘samen’ kan gauw versleten raken. Het betekent niet dat je allemaal tegelijk je eigen spoor trekt. Het betekent wel rekening houden met elkaar, en bruggen bouwen, van ‘ze’ naar ‘wij’. Dat kunnen we, dat moeten we ook echt proberen. De ernst van de situatie schreeuwt erom.

*) Een bijdrage in Hoop, 100 wetenschappers, kunstenaars en ondernemers vertellen wat hun hoop geeft; o.r.v. Joris Luyendijk; Amsterdam, december 2019.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)