Prinsjesdag: je denkt aan troonrede, hoedjes, Gouden Koets. Maar dat gaat deze keer allemaal wat anders. Actueel is de vraag of de gerenoveerde Gouden Koets volgend jaar wel weer in bedrijf zou moeten komen. Er zijn forse bezwaren tegen een van de schilderingen op de koets die verband houdt met het slavernijverleden. Alternatieven passeren de revu. Zoals: opbergen in een museum maar ook: in functie houden maar dan wel uitleggen dat het om een tijdbeeld gaat, een cultuuruiting die iets over onze historie leert. Er zal een onderzoek starten onder de bevolking naar wat we er als gewone burgers van vinden. Is dat wijs?

Dergelijke enquêtes hebben altijd een twijfelachtige kant. Ze lijken transparant, democratisch zo je wilt, maar altijd is de vraag welke sentimenten je dan losweekt. De mondige en op sociale media vaardige mens komt al gauw met een mening die niet altijd gestoeld is op enige kennis of gezond oordeelsvermogen. Dat is denk ik niet altijd een bezwaar, ook bij verkiezingen bestaat dat probleem. Ernstiger lijkt me dat dergelijke onderzoeken vervuild kunnen raken met allerlei vormen van onvrede, of met onzuivere intenties.

Een paar voorbeelden. Bij de gele hesjesbeweging - niet lang geleden - zag je hoe steeds meer verschillende groepen meeliftten met hele andere doelen of motieven dan die van de ‘echte’ hesjes. Bij de Black Lives Matterbeweging zie je een toenemende mengeling van ongenoegen die via het onderwerp racisme aan de bak probeert te komen, soms ten onrechte. Zelfs bij de boerenprotesten in Nederland tegen met name het stikstofbeleid zagen we hoe anarchistische krachten het legitieme protest probeerden te kapen. Dit is uit te breiden met diverse andere bewegingen, waaronder het verzet tegen Zwarte Piet. Zo kan er een vergaarbak aan ongenoegen ontstaan. De kunst is dus bij al dit soort afwegingen om ze te maken met zuivere intenties. Maar zoiets filteren is bij een dergelijk onderzoek natuurlijk niet mogelijk.

Moet het paneel op de koets daarom worden weggemoffeld? Er zijn wel degelijk veel zaken die we afkeuren zonder ze te laten verdwijnen. Een schilderij of een boek kunnen interessant blijven om de tijd waarin het werd geschilder of geschreven te kunnen begrijpen. Mein Kampf (van Hitler) is een ondermaats en verwerpelijk boek, maar het toont wel aan waartoe zieke idealen kunnen leiden. Zo bezien heeft de schildering op de gouden koets wel degelijk waarde, ook al om ons bescheiden te houden over misstanden in onze geschiedenis en het collectief bewustzijn. Misstanden uit het verleden (met de ogen van nu) onder ogen durven zien is van waarde, in plaats van de eigen geschiedenis te negeren.

Maar mag je van de massa langs de route van de Gouden Koets verlangen dat men dit allemaal kan wegen en onderscheiden? Ik denk het niet: een dergelijke herhaalde demonstratie van of confrontatie met hoe wij vroeger omgingen met mensen uit de kolonies, kan wel degelijk mensen kwetsen en pijn doen. Ook het achterhoedegevecht rond Zwarte Piet heeft dit geleerd. Velen zagen en zien nog dat de knecht van de sint al heel lang een karikatuur is geworden van wat ook zij in onze tijd verwerpelijk vinden. Tegelijk is er het feit dat een toenemend aantal mensen met zuivere intenties er pijn bij ervaart of last van heeft. Op zo’n moment groei je in een gezonde samenleving toe naar alternatieven die getuigen van respect voor elkaar zonder de pret van het kinderfeest te drukken. Soms vraagt dat tijd, gewenning.

Mijn voorstel: het paneel naar het museum, een ander paneel op de koets. Zo behoud je het cultureel erfstuk, en vermijdt het voortdurend confronteren met kwetsende beelden, juist op een feestdag in onze democratie.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)