Vriendschappen, ze bestaan in soorten en maten. Maar het begrip is nogal aan slijtage onderhevig, zoals bijvoorbeeld Facebook dat laat zien: een klik en je hebt een ‘vriend’. Waar de een het leuk of gezellig vindt om via dat medium contact te hebben met kennissen, bekenden, probeert (of pretendeert) een ander daarmee een groot netwerk te hebben. Echte vriendschap onderhoudt je langs andere weg. Maar wat is een echte vriend? En is een goede buur niet beter dan een verre vriend? Augustinus zei ooit: ‘Een vriend is iemand die alles van je weet, en toch van je houdt’. Eh …

Vriendschap is een apart verschijnsel. Je kunt allerlei mensen ontmoeten die korte of lange tijd iets met je delen. Denk aan schooltijd, militaire dienst, collega’s. Die relaties kunnen heel waardevol zijn, maar leiden niet automatisch tot vriendschap. Vaak is het een lotsverbondenheid. Je merkt het als je zo’n bekende van vroeger weer eens ontmoet bij een reünie, een receptie of zoiets. Dat kan heel leuk zijn. Maar het verwatert snel als het blijft hangen in de sfeer van ‘weet je nog wel toen?’ Zonder toevoeging van nieuwe interesses of ervaringen als gespreksstof hou je dat niet lang vol.  

Pas stelde een vriendin me de filosofische vraag ‘waarom mag je een vriend graag?’ Ik probeerde: ‘als de waardevolle, leuke, aantrekkelijke kanten het winnen van de minder leuke of zelfs irritante eigenschappen van die persoon.’ Dus die balans, en natuurlijk omgekeerd hoe hij of zij mij waardeert. Ik noemde Augustinus’ uitspraak, en zei ‘maar als je niet alles van iemand weet kun je toch ook van die persoon houden?’ Haar fijnzinnige antwoord was: ‘ja, maar dan weet je nog niet waarom die balans naar de positieve kant doorslaat. Komt er ook niet een zekere mate van zielsverbondenheid bij kijken?’ Dat is waar: zielsverbondenheid, iets van jezelf in een ander ontmoeten, is inderdaad een bijzonder element. Maar waar ligt vervolgens het onderscheid, of zelfs de grens tussen lotsverbondenheid, vriendschap, zielsverbondenheid? Ook zij voelde dat aan, en noemde als ingrediënt ook nog ‘een snufje mysterie.’ Kijk, met zulke vrienden kom je verder.

Recent bezocht ik de begrafenis van een zeer oude vriend. Hij stierf een dag nadat hij 93 werd. Lang geleden groeide er ondanks het leeftijdsverschil een vriendschap tussen hem en zijn vrouw en ons. We deelden humor, interesses, een vakantie, spraken over cultuur, literatuur en de zin van het leven. Maar zoals dat na een verhuizing soms gaat verloren we elkaar vele jaren uit het oog. In zijn laatste jaren kregen we weer contact. Zijn krachten waren inmiddels afgenomen, maar zijn geest was helder en iets van onze oude ‘klik’ was er meteen weer. Maar het portret dat zijn kinderen tijdens de begrafenissamenkomst van hem gaven verbreedde ook mijn beeld van hem. Het ‘en toch’ van Augustinus schoot me weer te binnen. Als vriend kijk je natuurlijk ook anders dan kinderen dat doen.

Een mensenleven heeft iets van een palet of prisma; bepaalde kleuren hebben de overhand, ook al zie je soms best iets van de minder uit de verf komende kleuren. Het element van ‘mysterie’ blijft daarom voor mij nog overeind als een belangrijk deel van het antwoord op de vraag wat vriendschap is, waarom je iemand graag mag. Vrienden kunnen meevallen of tegenvallen, ze kunnen je afremmen maar ook het beste in je boven halen. Daarom is het een zegen als je er meerdere hebt: elke vriendschap heeft een eigen inhoud en waarde. Je ontwikkelt, verandert zelf door de jaren heen evengoed als je vrienden dat doen. Dat kan tot vervreemding, maar ook verdieping leiden.  

Spreekwoorden en gezegdes geven een eigen kleur aan het begrip vriendschap. Denk aan ‘Als de voorspoed faalt, falen de vrienden’, dat je in het Bijbelverhaal over de verloren zoon tegenkomt. Maar ook: ‘Vrienden zijn als sterren, je ziet ze niet altijd, maar je weet dat ze er zijn.’ En een scherpere: ‘hij is een vriend die mij mijn feilen toont.’ Blijft staan dat vriendschap een geschenk is met een snufje mysterie. Er is overigens nog een hechtere relatie van mensen, namelijk die van de liefde. Als het goed is komt daarin alles samen: kameraadschap, vriendschap, lotsverbondenheid, zielsverbondenheid. En het mysterie natuurlijk.  

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)