Nog dagelijks komen er nieuwe feiten en ontwikkelingen naar ons toe over het coronavirus. En we merken het zelf: in verplicht thuiszitten, het niet kunnen bezoeken van dierbaren, de sluiting van allerlei voorzieningen. Het raakt iedereen en houdt ons allemaal bezig. De samenleving hergroepeert zich. Het kabinet heeft maatregelen genomen. Daarvoor bestaat grote draagkracht, wat blijkt uit de steun van bijna alle partijen, zelfs als er voor minister Bruins een opvolger van buiten de coalitie wordt benoemd. We hebben een gemeenschappelijke vijand, en die verenigt ons in de strijd daartegen.

We zien mooie spontane reacties en creatieve ideeën in het omzien naar elkaar, in  waardering voor mensen in vitale functies als zorg, hulpverlening e.d. Voor de korte termijn doen we wat we kunnen doen. Maar hoe rekbaar zijn we? Er zijn veel vragen. Hoe lang gaat de pandemie duren? Welke invloed zullen alle maatregelen en initiatieven hebben? Hoe lang gaan ‘we’ het volhouden? Blijft solidariteit het winnen van egoïsme? Zal huiselijk geweld verder toenemen? Zullen er bovengemiddeld veel echtscheidingen volgen? Of over zo’n negen maanden een geboortegolf? Leren we van de omslag zodat we onze samenleving duurzaam anders gaan inrichten? We zullen het zien. Het is een ongekende crisis. En schrijnend als we kijken naar sterftecijfers, werkloosheid, ontwrichting.

Tegelijk doet het goed dat mensen ook humor als wapen in de strijd werpen. Er gaan veel komische filmpjes rond over thuiswerken, het hamsteren van wc-papier, enzovoorts. Het is een vorm van verwerken. In de menselijke contacten zijn spontane uitingen als een kus, een knuffel, een hand geven in de ban gedaan. Je ziet nu dat mensen elkaar even bij de arm pakken, en dat de bekende elleboogstoot ineens een positieve betekenis heeft gekregen. Velen hebben dat al gauw onder de knie. Soms wordt men ook wel aan de binnenkant van de arm vastgepakt, terwijl juist daar volgens dringend advies in gehoest, geniest of geproest wordt. Snel wordt ook duidelijk wie het achter de ellebogen heeft, wie een tennisarm, enz. Sociale distantie is het nieuwe woord, niet in digitale zin, maar fysiek, en in groepsverband. 

Ronduit slim vind ik die afstand van anderhalve meter tot elkaar die we in acht moeten nemen. Even twijfelde ik aan dat getal: waarop is dat gebaseerd? De springkracht van het coronavirus? Maar de bijvangst zoek ik nu in veiligheid. Ga maar na: op die afstand wordt het moeilijk iemand in de nek te hijgen, op zijn tenen te gaan staan, een draai om de oren te geven, een kopstoot, een schop onder het achterste, een trap voor de schenen, of eventueel een mes in de rug. (Terzijde: typisch eigenlijk dat we zoveel variatie kennen in negatieve handelingen.) Zelf vind ik die luchtkus wel een praktische vorm, want bij alleen maar zwaaien weet je nog niet altijd wat iemand daarmee bedoelt. Wat kun je met luchtigheid toch veel bereiken!  

Voorlopig blijven er veel vragen en onzekerheden. De toekomst zal leren hoe elastisch we zijn als samenleving. Om met een parafrase op een uitspraak van Geert Mak te eindigen: “Niets is zo moeilijk als de geschiedenis duiden wanneer je er middenin zit.”

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl