Je ziet het wel eens op sociale media: iemand post een foto van zichzelf en schoonmoeder (of iemand anders) in een eetgelegenheid achter de warme chocola met slagroom of een luxe lunch. Met het bijschrift ‘Gewoon omdat het kan’. Bedoeld zal zijn dat er geen verjaardag of andere speciale reden hoeft te zijn voor zo’n uitje. Laatst las ik het ook op een tegeltje in een toilet. Gewoon omdat het kan, op het toilet; maar heb je daar dan een keuze? De meeste mensen moeten daar toch regelmatig naartoe? Onzinnig dus, zulke teksten. Of niet?

Nu zijn er wel veel meer teksten die bij bepaalde momenten strikt genomen onzin zijn. Je ziet een poster met de tekst ‘Wezep trouwt’, maar beseft dat dat maar om een paar mensen gaat die een soort beurs daarover bezoeken. Dat geldt ook voor ‘Nederland zingt’, of ‘Heel Holland bakt’, terwijl niet iedereen zingt of bakt. Wacht even, het is natuurlijk heel goed mogelijk dat Jan en alleman thuis meezingt of meebakt. Dus helemaal onzin is dat dan weer niet. Maar er zijn grenzen. Bij een ingrijpend ongeluk in (bijvoorbeeld) Zwolle kun je je een krantenkop voorstellen als ‘Zwolle rouwt’. Maar als daar heel veel slachtoffers bij vallen zal de pers niet gauw schrijven ‘Heel Zwolle sterft’. Strikt genomen is dat wel een feit, besef ik als oud-Zwollenaar, iedereen sterft tenslotte een keer, maar gelukkig niet allemaal tegelijk.

Bij deze voorbeelden speelt een grote rol de stemming die we willen oproepen. Ik moet denken aan liederen die ik op de lagere school leerde. Zoals “Hoog op de gele wagen rijd ik door berg en dal; lustig de kleppers draven, blij klinkt het hoorngeschal; wateren, wouden en weiden stromen zo machtig en vrij’ (enz.). Nu hadden we thuis geen wagen, in geen enkele kleur ook, we fietsten wel maar niet zozeer door berg en dal. Dravende kleppers zal wel iets te maken hebben met paarden. En ik kan me zelfs van onze sobere maar heerlijke vakanties met vader en moeder en broers geen hoorngeschal herinneren dat ons begeleidde naar de Leemcule of speeltuin Madrid. Dat wouden en weiden machtig stromen laat ik maar voor wat het is, dat heb ik gelukkig nooit meegemaakt.  

Ach, het is natuurlijk verklaarbaar uit een cultuurbepaald romantisch idee dat erachter zat, waarbij gewone jongens ineens ‘vrolijke frisse kornuiten’ werden genoemd. Het bier met die naam bestond nog niet. Wel waren er nog andere vreemde zinnetjes, zoals (derde couplet) ‘Blondkopje achter de rozen / schuift het gordijntje opzij / mijn hart zou zo graag daar verpozen.‘ Ik heb dat waarschijnlijk nooit gehoord of gewoon niet begrepen. Helemaal angstig wordt mijn gemoed als ik nu voor het eerst het vierde couplet ontdek. Ik citeer het even: ‘Eens snelt voorbij mijn wagen / duistere schim leidt mijn reis / klinkende horens versagen / neven de zweep staat de zeis / vrienden van liefde en leven / vangt er mijn laatste groet / hoe graag was ik bij u gebleven / maar ’t gaat voorbij, voorgoed (2x)’. Dit werd absoluut niet gezongen op mijn lagere school. Als je dat al had begrepen was je denk ik niet eens aan het eerste couplet begonnen. Terwijl ik toch als jochie dat meerstemmig zingen heerlijk vond, en nog steeds trouwens.     

De conclusie is denk ik: we hanteren zulke teksten om de gewenste of ervaren sfeer, optimistisch dan wel aangrijpend, te typeren en te versterken. Om het mooi te zeggen: we sublimeren er een ideaal of gevoel mee. We schrijven liedjes met teksten die de tijdgeest weerspiegelen. Bij liedjes ben ik altijd soepel. Neem ‘Op een onbewoond eiland’ uit de serie Kinderen voor kinderen. Je zingt dan dat dat je wens is: lekker leven, niemand voor je neus, drinkt met je billen bloot melk uit een kokosnoot, je wordt vanzelluf groot, enz. Maar niemand zou natuurlijk echt naar zo’n eiland willen. Onzin dus. Toch is onzin is niet altijd zinloos. Het is vaak een vorm van je uiten, soms met heilzame therapeutische werking. Ook gewoon omdat het kan natuurlijk.    

 

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl