Het stond er echt: een op de vier Belgische werknemers heeft regelmatig last van een nachtmerrie over de baas. Dus niet een van de voorspelbare Belgische moppen, maar uitkomsten van een onderzoek. Onnozel als ik soms ben dacht ik eerst: wat lief, dat werknemers zo betrokken zijn op hun chef dat hun zorg over diens zware verantwoordlijkheid zelfs tot nachtmerries leidt. Buitengewoon sympathiek. Misschien kunnen ze eens een bloemetje voor hem of haar meenemen. Maar ik zat ernaast.

Het ging namelijk over de negatieve rol of uitstraling van de bazen naar hun werknemers. Kennelijk is die uitstraling zo afschrikwekkend dat dit bij de eenvoudige personeelsleden in zo’n bedrijf tot doorwaakte nachten met vreselijke beelden leidt. Die bazen zijn natuurlijk wel Belgische bazen, dat kan ons hier enigszins geruststellen. Maar pas op: Nederlands sprekende werknemers, Vlamingen dus, hebben er meer last van dan hun Franssprekende medelanders, de Walen. De vragen namen bij mij toe.  

Eerst denk je: als in Nederland het Verlichtingsdenken (verwant aan de uitkomsten van de Franse Revolutie, je weet wel: Ni Dieu, ni maître) al zo merkbaar is, dan toch zeker in België. Fransen hebben een behoorlijk autonome opstelling ten opzichte van machten boven hen, dan moeten Belgen dat toch ook wel hebben. Vervolgens zegt toch een op de vijf Vlamingen een goede relatie te hebben met zijn / haar baas, terwijl dat een op de drie is bij de Waalse werknemers. De Walen hebben ook meer vertrouwen in hun manager dan de Vlamingen. Waalse werknemers durven hun bazen ook veel meer te benaderen over problemen op het werk of zelfs thuis dan de Vlaamse collega’s dat durven.

In dat laatste zit nog een verborgen problematiek. Stel je voor: je slooft je de hele dag uit, krijgt daarvoor geen waardering van de baas, maar wordt bijvoorbeeld uitgekafferd. Je ontwikkelt een trauma omdat je het nooit goed doet. Saved by the bell ga je naar huis. Daar wacht je hopenlijk een begripvolle opvang. Je kunt je klacht uiten tegen je vrouw (het kan ook een hij zijn, in wat ik las wordt dat onderscheid niet gemaakt), zij toont begrip, jij wordt opgeladen en durft er de volgende dag weer tegenaan. Maar je partner kan ook een tweede baas zijn, die je slapheid verwijt, misschien uitfoetert en verwijt dat je niet alles hoeft te pikken van je baas. De nachtmerries verschuiven daardoor van baas buiten naar baas binnen. Dat heeft nagatieve gevolgen voor je werk, waarover je weer met je baas (of de hulpverlening) moet gaan praten. Hier boven de Moerdijk mopperen we ook wel eens op de baas, maar een nachtmerrie?  

Bijna had ik besloten deze column dan maar niet te schrijven tot ik me ineens realiseerde dat een nachtmerrie niet voor iedereen hetzelfde is. Want kijk: het woord nachtmerrie komt van ‘mara’, dat boze geest betekent. Een nachtmerrie werd tot de achttiende eeuw aan demonen toegeschreven. Een godin die Mara heette kon zichzelf in een witte merrie veranderen met blauwe ogen en een rood koord om de hals. Ineens besefte ik dat we hiermee mogelijk dicht bij het antwoord op de vragen komen. Want wanneer je als Belgische werknemer bij een nachtmerrie zo’n beeld van je baas voor ogen krijgt dan snap ik die nachtelijke reactie wel. Dan kunnen we ook opgelucht ademhalen, want zo zien Nederlandse werkgevers er niet uit.

             

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl