Het is de tijd van de bespiegelingen: wat gaat het nieuwe jaar ons brengen? Veel programma’s, artikelen, interviews enzovoorts gaan over deze vraag. Ach, we weten het natuurlijk niet. Het is alsof je een moeizame tocht maakt naar de top van een berg, zonder te weten wat je aantreft als je daar bent aangekomen: een kerkhof van gestorven idealen, of een hoopgevend perspectief? Een dal vol problemen, of een groene weide? Waar staan we, wat zien we, en wat zegt dat over wat we kunnen verwachten?

Dicht bij huis beginnend weten we dat Nederland een van de meest welvarende landen ter wereld is. Koning Willem-Alexander onderstreepte dat terecht nog eens in zijn kersttoespraak. Toch is het pijnlijk te zien hoe er ook dingen schrijnend fout gaan, zoals in de jeugdzorg. Kijken we breder dan is er ook veel mis. Grote landen hebben vaak leiders die naar onze normen niet deugen. Als je weet hoe ze aan de macht kwamen, wat hun morele kompas is of welke koers ze varen, dan is het daar niet best gesteld; hun eigen positie en macht staan voorop, de partij of het regiem dat ze steunen hebben ze vaak vooral nodig om dat veilig te stellen. Er is wapengekletter, nu weer tussen Amerika en Iran. En tegenover machtige naties als Amerika, China en Rusland leven wij in een verdeeld Europa.

In onze wereld krijgen de zwakste partijen het voor de kiezen. Alleen al het vluchtelingenprobleem laat dat zien, maar ook de grote vraagstukken van klimaat en duurzaamheid. Wie naar deze verschijnselen op het wereldtoneel kijkt zou de moed in de schoenen kunnen zakken. Er schuilt een ernstige bedreiging in de toegenomen kloof tussen rijk en arm. De crisis is voorbij, maar de winsten die worden gemaakt komen alleen bij de rijken terecht. Westerse economieën - las ik ergens - zijn ‘casino-economieën’ geworden: de winnaars zien hun kapitaal groeien, de kansen van de gewone man dalen. En dat vreet aan de democratie en de draagkracht voor de overheid. Het veroorzaakt ongenoegen dat zich vertaalt in demonstraties, of in de roep om een sterke man, waarbij meestal de verkeerde mensen aan de macht komen. Wie dus wil somberen kan meer dan voldoende munitie vinden.

De vraag wat het nieuwe jaar zal brengen is niet goed te beantwoorden. Hooguit kun je een aantal ‘waarschijnlijkheden’ noemen. Je mag hopen dat het geweten van regeringen en hun leiders gaat opspelen. En dat ze niet eigen vermogen en eigen machtspositie als hoogste levensdoel nastreven, maar werkelijk hun burgers recht willen doen. Even goed moeten bespelers van de media aan eerlijke nieuwsgaring doen, en niet kiezen voor goedverkopende sensatie. Wat je zeker moet doen is al die negatieve berichten op de sociale media negeren. Als al die honderdduizenden reaguurders hun gescheld eens zouden verwisselen met positieve berichten, met voorstellen om de samenleving te dienen, dan zou dat een geweldig effect hebben op de leefbaarheid.

Als je om je heen kijkt is er veel om ernstig bezorgd over te zijn. Bij het leven in onze wereld hoort onvolmaaktheid, hoort pijn lijden. Er is grote spanning tussen wat we aan ellende en onrecht om ons heen zien, wat we graag anders zien, en de onmacht bij wat we daar als klein individu aan kunnen doen. Een antwoord op de vraag wat 2020 zal brengen begint bij de nuchtere constatering dat vrijwel niets vaststaat, hoezeer trendwatchers dat ook proberen aan te wijzen. We kunnen er tegelijk ook oog voor hebben dat er veel is dat wél goed gaat, soms tegen de verdrukking in. Vaak leidt een crisis ook tot duidelijkheid, en komt er iets goeds uit voort. Als ik de kritiek op de leiders in deze column had geschreven als Russisch burger zou ik in de gaten worden gehouden; was ik Iraniër dan zou zelfs mijn leven gevaar kunnen lopen. Toch worden er ook in Syrië, Iran, Afrikaanse dictaturen enzovoorts nog steeds kinderen geboren, wonen er mensen die van elkaar houden en in vrede met elkaar leven.

Niet elke tegenstelling, of elk vermeend onrecht maakt leven ondraaglijk. Vaak denk ik dat de moeiten van het leven zelfs noodzakelijk zijn om het contrast te blijven zien met wat we wel hebben. Als alles gladjes, rimpelloos, vanzelfsprekend verliep, zouden we dan niet scheefgroeien in egoïsme en narcisme? Zouden we niet intolerant worden ten opzichte van alles wat ons belemmert in onze hoogstpersoonlijke zelfverwerkelijking? In die denklijn kan een nuchtere verkennende blik naar de wereld om ons heen helpen de grote voorrechten te zien van het wonen in Nederland en - jawel - ook in Europa.

Zo wens ik alle lezers zegen toe: een vrij, gezond, ontspannen, voorspoedig en vooral zinvol 2020. 

      

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl