Mijn vrouw kijkt graag naar het programma ‘Droomhuis gezocht’ en ik mag van haar meekijken. Het gaat dan om mensen die in een ander land een nieuw bestaan willen opbouwen. Sybrand Niessing van Omroep Max sorteert een drietal huizen dat zo’n stel kan bekijken en beoordelen. Tenslotte kunnen ze een keus maken voor een van de drie. Vooraf wordt het budget genoemd dat men wil of kan besteden. En een aantal wensen waaraan die nieuwe plek idealiter moet voldoen, zoals een fraai uitzicht, ruimte voor dieren (room for a pony denk ik er dan altijd bij), een zwembad e.d. Bijna altijd wil men ook een gastenverblijf voor bezoekers. Dat klinkt logisch, maar is ook een beetje bijzonder.

Als kijker vraag je je natuurlijk af hoe mensen ertoe komen om hun oude stek te verkopen om elders ver van hun vertrouwde omgeving opnieuw te beginnen. Ze doen dat soms zelfs zonder zicht op een nieuwe baan of bron van inkomsten. Het is minder extreem dan bij de mensen die Floortje Dessing aan het eind van de wereld opzoekt en waarover ik eerder al eens schreef. Die uitgezwermde mensen hebben vrijwel alles losgelaten. Wat je bij hen ook hoort is dat ze in de toekomst en bij het ouder worden misschien wel terug willen. Want het oude vertrouwde geeft zelfs op de Noordpool nog zicht op een veilig vangnet voor als je krakkemikkig wordt.

De mensen in het programma van Max vormen eveneens een uitzondering. Uit cijfers blijkt dat wij Nederlanders gemiddeld niet verder afwonen van onze ouders dan twintig kilometer. En als het om kleinkinderen gaat wonen die gemiddeld niet verder dan veertien kilometer af van de grootouders. De hang naar het vertrouwde lijkt vrij groot, de bereikbaarheid van waar onze roots liggen is belangrijk. Ik vermoed dat dat ook een rol speelt bij de huizenzoekers in het Max-programma. Want steevast hoor je hen zeggen ‘Natuurlijk moeten onze ouders, kinderen, vrienden … ons hier kunnen bezoeken.’

Dat mensen gemiddeld niet ver van hun ouders gaan wonen is goed te begrijpen. De plaats waar je vandaan komt is zo vertrouwd; je kent er de nodige mensen; je weet er de weg, je hebt er een gezamenlijke geschiedenis. Als je weet dat je dierbaren niet ver van je af wonen geeft dat denk ik nog een ongedefinieerd gevoel van veiligheid. In ons kleine landje, waar je binnen een halve dag van het ene naar het andere uiterste kunt rijden, kun je elkaar dus snel opzoeken als het moet.          

Ook met Kerst vallen veel mensen weer even terug op het vertrouwde en zoeken elkaar op. Dat gaat denk ik dieper dan het economisch besef dat je een kalkoen beter met meer mensen kunt nuttigen dan met z’n tweeën. Als je dan een goede band hebt is het een zegen om samen intens van de gezelligheid en elkaars aanwezigheid te genieten. Bijpraten, en ondanks de rijtjes problemen en spanningen die in de samenleving dichtbij of op wereldniveau spelen samen ook praten over de mooie dingen van het leven.

Maar als je nu eens geen kinderen, partner, familie, vrienden, attente collega’s of vertrouwde buren hebt? Dan kun je tegen de donkere dagen opzien. De extreem uitbundige verlichting en glitter glijden langs je heen. Die pijn kunnen we met z’n allen niet oplossen. We kunnen het wel iets draaglijker maken door er oog voor te hebben, ervoor in beweging te komen, een gebaar te maken. Dan is het mooi om allerlei initiatieven te zien van mensen, organisaties, geloofsgemeenschappen die iets organiseren, in allerlei vorm. En je hoort van spontane gesprekjes die mensen bemoedigen, of even uit hun isolement halen.   

Kerst is ook een prachtig en hoognodig aanknopingspunt voor bezinning. Over wat er gebeurde toen ooit God mens werd en Zijn Licht in onze duisternis bracht. Hoe sindsdien de geschiedenis kantelde. En over wat Vrede op Aarde ook alweer was, behoort te zijn, of misschien zelfs een beetje concreet en dichtbij is. Een oude boodschap, geen fossiel uit de Middeleeuwen, maar actueel en springlevend voor vandaag. Als kleine burger hebben we niet de macht de wereld te veranderen. Wel kunnen we dicht bij huis een stukje van die boodschap beleven. Zoals vrede met jezelf. Dat kan geen overheid, uitkeringsinstantie, therapeut of goede buur je geven. Je moet daaraan zelf werken en keuzen doen, hoe moeilijk soms ook. Maar een ander kan je daarin wel helpen, bemoedigen.

Met die gedachte wens ik ieder die dit leest gezegende Kerstdagen, en de vrede die werd beloofd in Gods boodschap aan de mensen. Toen in Efratha, nu  rond de Renderklippen, onze straat, en vooral in ons hart. Dat wens ik ook iedereen toe die dit niet leest.

  

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl