Het zou een quizvraag kunnen zijn: wie horen in het volgende rijtje niet thuis: Amsterdam - Elburg - Giethoorn - Londen - Venetië - Wezep? Gevoelsmatig zou je zeggen: Giethoorn, Elburg en Wezep. Maar ik doel op Elburg en Wezep. Ook Giethoorn ligt in Nederland, maar heeft net als de buitenlandse steden een probleem, namelijk een verzadigingsniveau van toeristen en dagjesmensen. En dat kent Elburg niet in die omvang, en Wezep helemaal niet. De directeur van het Rijksmuseum Amsterdam zegt dat het daar ‘te vies, te vuig en te vol wordt’. Er bestaat dus zoiets als succes dat tot ellende kan leiden.

Giethoorn ontvangt tussen de 100.000 en 150.00 bezoekers per jaar. Veel toeristen denken dat alles een openluchtmuseum is, en de bewoners maken het mee dat volslagen vreemden gewoon binnenlopen en alles in hun huis staan te bekijken. Het verhaal van Venetië is vergelijkbaar: de cruiseschepen braken massa’s mensen uit die even komen kijken, een foto maken, misschien een gondeltochtje maken of een souvenirtje kopen en dan verdwijnen. De horeca heeft er niks aan, want op de enorme all-inclusive schepen krijg je het natje en droogje waarvoor je hebt betaald, dus waarom aan wal nog consumeren? Dit nog los van het milieuprobleem dat hierbij speelt. 

Elke plaats die zich bewust is van eigen ‘succespotentie’ legt zich toe op promotie. Met als gevolg dat er souvenirwinkels en restaurantjes en hotels verschijnen. Men past zich aan aan wat toeristen in folders wordt beloofd. Amerikanen staan erom bekend dat ze in één à twee weken (want lange vakanties zijn in Amerika ‘not done’) ‘Europa doen’. Even naar het prehistorische Newgrange, de Zaanse Schans, Parijs en Berlijn. Een Iers fluitje kopen, een paar klompjes, een miniatuur van de Eiffeltoren, en dan weer terug. Ook Japanners duiken overal op, of je nu bij Stonehenge bent, in Rothenburg het oude stadje en de vele kerstwinkels bezoekt of een flamencoavond in Sevilla bezoekt, overal kom je ze tegen. In de branche van de reisbureaus hebben ze het dan over ‘been there, done that, got the t-shirt’.

De Veluwezoom heeft nog geen last van dergelijke toeristische overvallen. Wel proberen onze gemeenten (en terecht) de aantrekkelijkheid van de Veluwezoom te promoten. Dat genereert inkomsten, biedt kansen voor de horeca, stimuleert de aanleg van mooie fietspaden etc. Maar we hoeven de Amerikaan of Japanner nog geen miniatuurtje van de duiventil of de Vischpoort te bieden. Het orgelmuseum in Elburg en het Corvettemuseum in Wezep hoeven nog geen toegangshekjes te plaatsen met de tekst ‘vanaf hier nog anderhalf uur’. Want als toerisme zo overweldigend wordt dan ontstaan er verdringingseffecten,  verlies van eigenheid. En vervreemding bij de bewoners als in bepaalde maanden van het jaar een invasie vreemdelingen de sfeer bepaalt en het straatbeeld in bezit neemt.

Veranderingen gaan meestal langzaam. Een oud pandje wordt afgebroken, een paar bomen verdwijnen, een open plek tussen de bebouwing wordt alsnog gevuld met inbreiding. De optelsom daarvan levert met de jaren een structurele verandering op. Als je er zelf woont en leeft realiseer je je dit vaak niet. Maar als volgende generaties later aan de hand van foto’s zeggen ‘Wat was het hier toen mooi; jammer dat dat er nu niet meer is. Waarom heeft niemand dat eigenlijk tegengehouden?’ dan is het te laat. Bij alle goede veranderingen moeten we ons karakteristieke eigenheid bewaren.  

Dit is geen pleidooi om van onze streek een museum te maken. We moeten geen slot zetten op goede ontwikkelingen. Een gezonde dynamiek is van levensbelang. Maar het moet niet onze eigenheid in cultuur, landschap enzovoorts wegdrukken. Een toerist ziet de buitenkant en vertrekt. Wij zijn zelf als het ware de binnenkant, deel van onze gemeenschap, we kennen het ontstaan van de dingen. We zijn verweven met de geschiedenis van ons dorp of onze stad. Laten we onszelf blijven.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)