Er zijn heel veel zaken of dingen die we goed kunnen noemen zolang mensen daarin maar niet doorslaan. Neem het begrip openbaarheid of transparantie. Op de klank af zullen de meesten van ons vinden dat dat positief is: helderheid, geen verborgen lettertjes of trucjes, zeg waar het op staat zodat je weet waar je aan toe bent. Zeker van groot belang bij bestuurders, politici, de bankwereld enz. Toch kan dit op allerlei manieren doorslaan. Als ongezonde nieuwsgierigheid gaat meespelen. Of als je de kromme opvatting hanteert dat iemand verplicht is bepaalde dingen over zichzelf te vertellen terwijl deze dat absoluut niet kwijt wil.

Ik kom op deze overwegingen door een interview dat ik las met de Vlaamse filosoof Peter Venmans. Hij schrijft boeiende dingen over de drang van mensen om geregeld aandacht voor zichzelf te vragen. (Ik beloof alvast dat ik nadat deze column klaar heb mezelf hierop nog even aan de tand zal voelen.) Zo gaat het onder andere over mensen die vaak in de schijnwerper staan omdat dat nu eenmaal bij hun bekendheid, deskundigheid hoort, maar wie dat zelf eigenlijk niet hoeft. Venmans’s stelling is dan dat het goede leven er (ook) uit bestaat dat je niet altijd aan de wereld toebehoort. Die wereld bepaalt niet alles wat jij moet doen. Het gaat bij hem dan om discretie: jezelf terugtrekken, om voor jezelf een oordeel te vormen.

Rust en tijd nemen om over jezelf na te denken. Over wie je bent, wat je wilt zijn. Op Instagram en dergelijke media geven mensen geen beeld van wie ze zijn, maar van wie ze willen zijn, of hoe men wil dat anderen hen zien. Veel mensen zijn bang voor rust, bang voor verveling, bang dat dat tot piekeren over zichzelf kan leiden. Maar het leven onderzoeken, nadenken over wat voor mens je wilt zijn onderscheidt ons van de dieren, en is ook de basis voor de filosofie. Doorgeslagen transparantie kan betekenen dat je gevangen wordt gezet in wat ‘men’ vindt dat je moet denken of doen.

De druk van de opinie bijvoorbeeld. Transparantie kan ‘een hel creëren’ is een van Venman’s stellingen. Hij wijst op het  #metoo-verschijnsel. Goed dat misstanden aan de kaak worden gesteld, en slachtoffers recht gedaan. Als het maar niet ontaard in een hetze waarbij mensen zonder bewijs aan de schandpaal worden genageld; hij noemt dat een ‘nieuwe inquisitie’. Iets daarvan zie je in praatprogramma’s waarin soms de meest impertinente en onbescheiden vragen worden gesteld, alsof de geïnterviewde zich maar heeft te voegen naar de dwang van de gespreksleider. Wie eigen grenzen aanhoudt in wat hij of zij kwijt wil is kennelijk verdacht, heeft wat te verbergen, of is niet betrouwbaar.   

Dit denkklimaat maakten we onlangs zelf mee. In het kader van de revalidatie van mijn vrouw belden we de firma die ons een fietsje had geleend om te vertellen dat het hulpmiddel niet meer nodig was en opgehaald kon worden. De datum werd genoemd, het tijdstip zou nog worden doorgegeven. Om twaalf uur hadden we nog geen bericht ontvangen, dus belden we de firma. We zeiden dat we die middag nog weg moesten, en vroegen dus “wanneer wordt het fietsje gehaald?” In het gesprekje dat volgde presteerde de man het te vragen waar we dan wel naartoe moesten. Correct als ze is reageerde mijn vrouw met “nou meneer, ik geloof niet dat ik u dat hoef te vertellen, dat staat hier volledig los van.” We geloofden onze oren niet, en vroegen ons af hoe iemand tot zo’n vraag kon komen.

Sprekend over het begrip discretie wijst Venmans op onderscheidingsvermogen, het onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad. Je kunt je daarin oefenen, maar de mens is niet autonoom, en - schrijft Venmans - het laatste woord is hierbij altijd aan God. Hij is katholiek opgevoed, maar gelooft zelf niet meer. Hij merkt echter dat de invloed van het geloof er wel is, omdat hij niet zo’n rationalistische visie op het leven heeft. Met alleen de wetenschappelijke rede doe je het mysterie tekort. Er is altijd iets in het leven dat zich niet laat benoemen, aldus Venmans. 

Voor in de week na Pasen leek dit laatste me geen slecht citaat.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)