Je wilt graag weten hoe het ervoor staat. Dus volg je kranten, tv, en digitale bronnen. Betrouwbare, onafhankelijke media zijn heel belangrijk, en evengoed neutrale instituten die zaken uitzoeken en met cijfers ondersteunen. Het lijkt wel moeilijker te worden om zicht houden op wat normaal, en wat uitzondering is. Stel - simpel voorbeeld - dat je in de krant nooit een geboorteadvertentie, aangekondigd huwelijk of prachtige creatieve prestaties van mensen tegenkomt, maar alleen overlijdensadvertenties, en verder verhalen over inbraken, moorden, milieumisdrijven, en andere ellende in de wereld. Voeg daarbij de verhalen over nepnieuws. Welk beeld groeit er dan bij jou van de werkelijkheid?

Ik kom hierop nadat ik een artikel las van een journalist die constateerde dat wat normaal is vaak niet meer wordt geloofd. Hij gaf als voorbeeld de uitkomsten van een betrouwbaar onderzoek waaruit blijkt dat negen van de tien ouderen helemaal tevreden zijn met de zorg die ze ontvangen. Veel mensen geloven dat echter niet, omdat ze via de media de verhalen tegenkomen van ouderen die rondlopen in volle luiers, hun begrafenispolis opzeggen omdat ze hun huishoudelijke hulp niet kunnen betalen e.d. Ander voorbeeld: het CBS komt deze maand met goed onderbouwde cijfers waaruit blijkt dat de misdaad in Nederland bijna is gehalveerd. Maar daar werd vol ongeloof, en soms woedend op gereageerd. Men vroeg zich af of de CBS-medewerkers wel eens buiten kwamen. Sommigen beschouwden de uitkomsten als propaganda van de politieke elite.

De journalist in kwestie gaf als overtreffende vorm van ongeloof nog een derde voorbeeld. Cijfers rond milieu laten zien dat in 1917 wereldwijd nog 2,5 miljoen mensen stierven door klimaat- en natuurrampen, maar in 2017 ‘nog maar’(..) negentigduizend. Vrijwel niemand gelooft dat, zo stelt de journalist. Het instituut waarvoor hij werkt brengt voortdurend cijfers over langdurige, structurele ontwikkelingen. En het goede nieuws is daarbij dat veel van die ontwikkelingen ronduit bemoedigend zijn. Er zijn wel degelijk heel wat meer problemen, veelal door onszelf veroorzaakt, maar het lukt ons ook steeds beter om veel daarvan weer op te lossen.

Niettemin vonden ook veel collega-journalisten het moeilijk de genoemde CBS-cijfers te geloven. Zij brengen dag in, dag uit berichten over moorden, overvallen en vandalisme. En als dan statistici ineens met rooskleurige cijfers komen botst dat. Soms durven ze daarmee zelfs niet aan te komen bij hun lezers. Daarin zit meteen ook een spiegel voor ‘de’ journalistiek. Als je alleen maar de ellende, het spectaculaire als nieuws brengt, kan het zicht op wat normaal is verdwijnen. En dat maakt veel van deze doelgroep bezorgd over het groeiende ongeloof onder hun medeburgers. De remedie die wordt gezocht ligt in het besef dat zij hun lezers, luisteraars en kijkers meer moeten vertellen over de normaliteit, en minder over wat daarvan afwijkt. En ook: niet alleen spreken over problemen, maar ook de oplossingen onder de aandacht brengen.

De journalist die ik hier aanhaal *) eindigt met: “Slechte gezondheidszorg, criminaliteit en de huidige klimaatverandering zijn mensenwerk, maar de strijd ertegen is dat ook. En er is geen enkele reden waarom we die strijd niet zouden winnen.”  Dat lijkt me een verantwoord positieve stellingname. Hoewel ik me er wel bij afvraag hoe realistisch dit is. Want hoewel ook ik afstand wil houden van welke vorm van volkspessimisme ook, kun je natuurlijk wel wat vragen hierbij stellen over maakbaarheid, en de mate waarin wij mensen werkelijk regie hebben over ons leven. Wat in theorie zou moeten gebeuren, en wat ook werkelijk mogelijk is, botst soms teveel op onwil en onvermogen om ons er als individu maar ook als collectief werkelijk voor in te zetten. Blijft staan dat het een morele opdracht blijft ons in te zetten voor een eerlijke beeldvorming van de wereld waarin we leven.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)