FOTOOmroep Gelderland ANP

Iedereen kent die momenten wel, je bent net lekker bezig en iets of iemand stoort je. Je zit het zoveelste gebroken schoteltje van je trouwservies te lijmen en de telefoon gaat. Je doopt je kwast in de verf en de drietonige voordeurgong slaat alarm. Je zit een goed boek te lezen en ruikt dat je je kleinzoon weer eens moet verschonen. Je zit heerlijk in de tuin een fietsband te plakken en er wordt een pakketje bezorgd terwijl je parasol omwaait. Soms reageer je verkeerd, korzelig, nukkig. Of je neemt de telefoon niet aan, met het risico dat dat achteraf onverstandig blijk te zijn. Storingen kunnen irritant zijn.   

Maar laten we eens aan een andere kant te beginnen. Wat zouden mensen die met een collectebus langs de deuren gaan zoal aan reacties kunnen krijgen? Misschien het volgende.

Het komt nu even niet uit. Ik heb geen kleingeld. Mijn vrouw is er nu niet. Ik sta er alleen voor, en ik moet nu al bij mijn schoonmoeder aankloppen. De portemonnee ligt ergens in de auto. Wij betalen altijd via de bank. We zijn via mijn werk al met zoiets bezig. Ik ben aan het koken. De schoorsteenveger komt zo. Nee, ik geef niet, teveel blijft aan de strijkstok hangen. Mijn psychiater ontraadt me voorlopig mij emotioneel te binden.  

Andere variant. Iemand werkt voor een hulporganisatie en belt mensen om een bijdrage. Enkele reacties. Sorry maar het achtuurjournaal begint net. Mooi doel, ik bel u terug. Net m’n vakantie geboekt, het geld is op, helaas maar een mens moet keuzen maken nietwaar? Mijn nicht werkt al voor een van jullie projecten. We zullen ervoor bidden. Ik moet nu echt naar het toilet. Mijn man regelt dit altijd, maar hij staat nu onder de douche. Mijn collega haalt me op en staat buiten al te toeteren. Ik gebruik dure medicijnen. Mijn overbuurman werkt bij jullie organisatie, en als ik zie in wat voor auto die rijdt…. Verlaag eerst maar eens het salaris van jullie directeur. Nee hoor, je leest zoveel over misbruik in hulporganisaties. Ach mevrouw, het is dweilen met de kraan open.

Het voorgaande is natuurlijk een beetje met een knipoog. Maar misschien wel herkenbaar. Je kunt het ook op heel andere manieren tegenkomen, bijvoorbeeld als je zelf eens contact zoekt met  organisaties die je voor je eigen doel warm wilt krijgen. Zoals: Ik zal het in ons team bespreken; mijn collega gaat daarover, maar is er even niet; ik werk deze dag niet, en had al weg moeten zijn; onze statuten geven geen ruimte; ons beleidsplan heeft andere speerpunten; ons budget laat het niet toe; we hebben nu al een onderbezetting in personeel; ik moet nu eerst naar een vergadering. 

Maar ik dwaal af. Terug naar het begin, gestoord worden door bijvoorbeeld een collectant. Zelf heb ik wel eens een collecte gelopen. Slechts een enkele keer was ik verbaasd, niet over dat men niet wilde geven - dat blijft ieders persoonlijke verantwoordelijkheid - maar over de botheid waarmee dat  gebeurde. Veel meer was ik verrast over hoeveel mensen zonder reserves geven en ook laten blijken dat ze het doel steunen, prachtig. Ik zeg er eerlijk bij dat collecteren niet ‘mijn ding’ is. Gelukkig zijn er toch nog steeds voldoende vrijwilligers. Want wat is er veel nood in de wereld! En dan kan een paar euro, een tientje of meer ervoor zorgen dat een dorpje in Afrika een waterpomp krijgt, een jongetje in het Amazonegebied na een operatie weer kan lopen, een meisje in India voor prostitutie wordt behoedt, enz. enz. 

De collectanten doen hun werk onversaagd, soms jaar in - jaar uit. Ze blijven vriendelijk, negeren de grimmige aanblik van honden met ontblote tanden, worstelen zich door struiken naar voordeuren, moeten constateren dat de bel het niet doet of zelfs ontbreekt, zien door een zijraam mensen bankhangen na een dag van noeste arbeid welverdiend met de sloffen aan koffiedrinken voor de teevee. En dat moet jij met je bus dan  verstoren. Maar: hulde! Voor hen is deze ode. Respect voor al deze doorzetters die voor de goede doelen altijd weer een wezenlijk bedrag inzamelen. Door hen raak ik graag gestoord.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)