De verschuivingen als gevolg van de verkiezingen zijn door allerlei media en analisten in beeld  gebracht en besproken. Met als uitschieter de winst voor lokale partijen. Zoals bij heel veel zaken kun je daar positieve en minder positieve kanttekeningen bij maken. Verder: ongeveer tweederde van alle raadsleden zijn nieuwelingen. Dat kan voor noodzakelijke frisheid zorgen, zonodig kunnen gestolde rituelen worden vervangen door meer eigentijdse routes en aanpak. Daar staat tegenover dat je ook veel ervaring kunt verliezen in de vorm van braindrain en (minder) stabiliteit. Want in het besturen van een gemeente is ook duurzaamheid en continuïteit erg waardevol. Let je op de bezorgheid die er is of er nog wel belangstelling voor het raadslidmaatschap blijft, dan is deze uitkomst zeker bemoedigend. Kijk maar hoe een aantal partijen op de Veluwe voor verjonging zorgt.  

Er wordt geklaagd over versplintering, waarbij er enorm veel nieuwe partijtjes bij zijn gekomen. In Amsterdam namen 28 partijen deel aan de verkiezingen, terwijl daarvan nog niet de helft in de raad komt. Heel veel mensen daar vinden dus hun eigen ideeën zo uniek en belangrijk dat ze die niet kunnen vinden bij een van die 27 andere partijen. Gelooft u het? Iemand merkte ironisch op dat we op weg zijn naar een Nederland waarin elke burger zijn eigen partij opricht. Die persoonlijke overtuiging dat men het beter kan dan alle andere partijen kan ook tot kolderieke situaties leiden. Dat bleek bij een kleine gemeente waarin de lijsttrekker van een bepaalde partij aanvocht dat zijn partij geen enkele stem zou hebben gekregen. Hij had namelijk op zichzelf gestemd. Maar als je de enige bent die een stem op jezelf uitbrengt bewijs je daarmee het faillissement van je eigen partijtje, toch? Maar leuk dat dat kan in Nederland. En pleidooien voor een kiesdrempel blijven hopenlijk nog lang achterwege. 

Een ander interessant aspect is dat een lokale partij vaak campagne voert met een zeer kritische houding ten opzichte van alles wat er tot nu toe werd gedaan door andere partijen. (Ik schreef daar de vorige keer over.) ‘Stem op ons, want dan …’ en er volgt een voorbeeld dat meestal niet uniek is, zoals lage lasten of meer woningbouw . Maar zodra een nieuwe partij vertegenwoordigd raakt in het college en verantwoordelijkheid gaat dragen zwakken die geluiden af. Dat komt omdat besturen van een samenleving meer is dan alleen kritisch roepen, maar ook inhoudt dat je in de gevoelige dossiers alles moet afwegen aan belangen die daarin een rol spelen. En dan zie je nog wel eens dat een partij die niet in een college zit zich verzet tegen bepaalde kapitaalsinvesteringen, maar eenmaal bestuurlijk verantwoordelijk niet voorstelt om (b.v.) een zwembad of sporthal te sluiten.

Bijna elke serieuze partij die zich eenmaal goed verdiept in het vak van besturen wordt voorzichtiger, genuanceerder, krijgt meer begrip voor haalbaarheid, algemeen belang, ontdekt hoe smal vaak de marges zijn. En zal ook vaak compromissen moeten sluiten. Dat laatste stelt de kiezer dan weer teleur, die zegt ‘ze beloven van alles, maar als je ze stemt verandert er niks’. Een vertegenwoordiger van een lokale partij was zo eerlijk me te vertellen over iemand uit zijn achterban die had gevraagd: ‘moet ik nu weer op jullie stemmen? Het is je toch gelukt in het college te komen?’ Zo kunnen stemmers dus naar politiek kijken. Politici hebben nog steeds veel uit te leggen, en zo hoort het ook.  

Mooi is het wanneer goed gevoerd bestuur van zittende partijen werd herkend en beloond. Die herkenning of ook het ontbreken ervan zijn cruciaal voor de serieuze kiezer. Nog steeds hebben partijen met heldere uitgangspunten en een visie op langere termijn een sterke uitgangspositie. Meer meetbaar zijn echter de concrete programmapunten. En wat voorop staat: de kandidaten: hoeveel vertrouwen hebben ze? Hoe geloofwaardig, transparant, zichtbaar zijn ze? Iedere burger heeft z’n eigen beeld van politiek en bestuur. Hoe beter er bij de collegevorming in wordt geslaagd de partijen die de verschillen in de samenleving vertegenwoordigen erbij te betrekken, hoe herkenbaarder het bestuur wordt. Een mix van oud en jong, gevestigd en nieuw, confessioneel of ongebonden kan dus voor een goede balans en draagkracht in de samenleving zorgen.

De verkenningen en onderhandelingen op weg naar een nieuw college lopen, ook hier op de west-Veluwe. Een broedende kip moet je niet storen, hoe verleidelijk het ook is om het beestje even op te tillen en eronder te kijken. Want we zijn natuurlijk knap benieuwd wie met wie ons gaat besturen, en vooral: welke speerpunten er uit het ei zullen komen.      

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)