Complimenten aan kinderen geven: wie doet het niet? Je beseft van nature dat een kind aanmoediging nodig heeft of kan hebben. Uit een drietal studies blijkt dat er bij het complimenten geven aan kinderen wel iets mis kan gaan. Een overdreven compliment kan de eigenwaarde van het kind een deuk geven, of zelfs narcisten kweken. Een compliment kan ook bedrog stimuleren, of de motivatie van een kind verminderen als het daarna fout gaat. Maar er speelt ook wel iets anders een rol.   

Er is een tijd geweest waarin we begonnen in te zien dat complimenten geven essentieel was. Waarschijnlijk deels als reactie op processen in opvoeding of scholing waarbij uitspraken als ‘wanneer je voor een dubbeltje geboren bent wordt je nooit een kwartje’ nog te horen waren. Soms werden kinderen die wenselijk gedrag vertoonden voorgetrokken, en klasgenoten die misschien minder goed konden leren moesten dat vooral merken en horen. Inmiddels vinden we al weer heel lang dat kinderen het verdienen te worden begeleid op wat ze kunnen, en niet op waar ze minder goed in zijn. Kinderen zijn niet beter of slechter, ze zijn soms anders. Dat is een betere benadering, zowel psychologisch, pedagogisch als didactisch.

Denk eens aan het verschijnsel dat is ingeslopen waarbij kinderen op het schild worden gehesen. Het worden dan prinsen en prinsessen die het aan niets ontbreekt. In hun kleding, hobby’s en activiteiten en succes moet doorklinken wat ouders graag zien. Succesvolle kinderen moeten dan het beeld versterken dat ook de ouders geslaagd zijn. Dat veroorzaakt bij kinderen zomaar een ongezond verwachtingspatroon. Dit maakt zo’n onderzoek wel relevant. Want bij kinderen die overdreven complimenten kregen bestond er een iets lagere zelfwaardering ten opzichte van kinderen die minder (of geen overdreven) complimenten kregen.

Een overdreven compliment kan kinderen bang maken. Ze denken dan altijd aan die hoge standaard te moeten voldoen. En als ze daarna een keer falen kunnen ze zich slecht voelen over zichzelf. Bij (goede) zelfwaardering ben je tevreden met je zelf. Maar een kind dat bij verkeerde complimenten gaat denken ‘ik ben geweldig’ is vaak niet tevreden over zichzelf.  Het moet voldoen aan de hoge verwachtingen waarvan ze voelen dat anderen (onderwijsgevenden, ouders) die van hen hebben, maar waarvan een kind zelf heel goed aanvoelt zo geweldig niet te zijn.

De studie mondt uit in het advies aan ouders om kinderen al op jonge leeftijd de juiste complimenten te geven. Bijvoorbeeld om complimenten specifiek te houden, zodat een kind snapt dat het een bepaalde opdracht goed heeft uitgevoerd. Er is verschil tussen ‘Je bent een goede tekenaar’ en ‘deze tekening heb je mooi gemaakt’. Een goed gelukte tekening bewijst nog niet dat er een echt tekentalent aan tafel zit. Want over zo’n toebedacht talent heb je als kind geen controle, en dan weet je nog niet wat je moet doen als het bij de volgende tekening fout gaat. Dus is de eindconclusie: de beste complimenten focussen op het succesvolle proces, dus hoe je op het goede antwoord bent gekomen, of hoe je tot die mooie tekening kwam.

Toch realiseer ik me na lezing van het artikel over deze studies dat er nog wel iets meer is te zeggen. Hoe een compliment op een kind werkt is natuurlijk sterk afhankelijk van een aantal factoren. Zoals hoe het kind zelf in het vel zit, hoe de algemene opvoedsituatie in het gezin is, of het pedagogisch klimaat in de klas. Oftewel: goede ouders weten hoe hun kind in elkaar steekt, goede onderwijzers kennen ook de eigenschappen en context van elke leerling. Ik geloof niet dat mijn ouders mij en mijn broers vroeger nou zoveel complimenten gaven. Ik voelde wel hoe ze konden genieten als ik iets ‘goed’ deed. Maar dat deden ze soms ook wel als ik iets fout deed. Goede complimenten zijn waardevol. Maar veiligheid en liefde zijn denk ik nog veel belangrijker.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)