Mijn bank stuurt me vaak aardige berichtjes. Ze wil de relatie met mij goed houden. Zoals nu, in het laatste bericht. Daarin vertelt ze me dat de rente voor mijn tegoeden wordt verlaagd van 0,15 naar 0,10 procent. In een goede relatie ben je daar open over. Dus, stel dat ik een tegoed heb van (ik noem maar wat) vijfduizend euro, dan ontvang ik daarvoor over een jaar vijf euro rente. Niet erg veel he? En dan bof ik nog, want wie een tegoed heeft van vijf miljoen krijgt zelfs o,o procent, oftewel helemaal niets. Blij dat ik niet zoveel geld heb. En in de berichten die ik lees wordt zelfs nog vermeld dat niet kan worden uitgesloten dat we voor het stallen van geld bij de bank weer moeten gaan betalen. Zoals in de Middeleeuwen. De omgekeerde wereld?

Banken werken met ons geld, daar doen ze nuttige dingen mee. En als wij hun dat geld niet toevertrouwen kunnen ze niets. De macht ligt dus eigenlijk bij jou en mij lezer; zonder onze salarissen, spaartegoeden en hypotheken zouden de banken weinig kunnen. Nee, zo simpel is het niet. Er zijn ook nog commerciële partners, effectenbeurzen enzovoorts die macht hebben. Ik beken dat ik bij het bericht van mijn bank spontaan weemoedige en nostalgische gedachten kreeg. Het had te maken met de geschiedenis van de banken. Ze ontstonden in de Middeleeuwen, in rijke plaatsen als bijvoorbeeld Florence, Genua, Siena, Venetië. Mensen die geld voor je bewaarden (smeden, geldwisselaars) vroegen daar een kleine vergoeding voor. Met het ontvangstbewijs kon je het geld altijd weer opvragen. Maar het vroeg wel vertrouwen in de ‘bankier’.

Vandaar die nostalgische bui. Denk aan het Wilde Westen, waar farmers hun geld aan de bank toevertrouwden, maar te hoop liepen als het vertrouwen weg was. De bank kon dan onmogelijk iedereen het geld tegelijk weer uitbetalen. Denk aan de eindeloze stroom films waarin postkoetsen met goud- en geldvoorraden werden overvallen. Toch verwacht ik niet gauw struikrovers met een rode zakdoek over neus en mond in de bosjes langs de Zuiderzeestraatweg liggen loeren op een geldtransport. Maar zie: in de recente perioden van de kredietcrisis kwam de sfeer van het Wilde Westen toch even terug. Er moest worden geconstateerd dat het toezicht op de banken (denk aan slechte leningen e.d.) had gefaald. Ook andere ontwikkelingen, zoals interne blunders hebben sommige banken genoodzaakt tot ingrijpende maatregelen. De overheid verscherpte het toezicht. Maar nu het tij lijkt gekeerd zie je eenzelfde gedrag als voor de crisis terugkomen. Voor echt vertrouwen is het dus nog te vroeg.    

Er is historisch gezien een lange ontwikkeling van goud naar munten, van wissels naar bankbiljetten, van betaal- en spaarrekeningen, van allerlei cheques naar het telebankieren, de betaalpas met PIN, mobiel bankieren en contactloos betalen. Wat is er veel veranderd. Voor zover ik het kan overzien zijn weinig maatregelen die banken nemen om kosten te besparen voor de gewone klant voordelig. Integendeel: vrijwel alle bankdiensten vandaag kosten ons nog steeds geld, terwijl vestigingen verdwijnen en het aantal geldautomaten vermindert. Mij storen dan wel zinnetjes in berichtgeving als ‘om u nog beter van dienst te kunnen zijn’, of ‘wij houden vooral rekening met uw individuele wensen’ enz. Onzin denk ik dan, het is gewoon bedrijfsreorganisatie gericht op kostenbesparing. Prima, maar maak het niet mooier dan het is.

Wat te doen? Ouwe sokken mogen niet meer, want dan ontduik je de belasting. Bij brand- en inbraak is geld ook niet verzekerd. Kortom: je kunt niet zonder je bank. Maar - eerlijk is eerlijk - er is ook een andere kant. Een goede bank doet uiteraard goede dingen: verstrekt verantwoorde hypotheken, belegt zoveel mogelijk risicoarm, enzovoorts. En de bank kan doen wat wij niet kunnen: technologische vooruitgang toepassen in het betalingsverkeer en het beheer van ons privévermogen.  En daar varen we dan ook weer wel bij. Maar alleen op de golven van de conjunctuur. Want als het ons goed gaat kent het leven op krediet geen grenzen, en verhogen we spontaan de hypotheek. Als het slecht gaat richt de kritiek zich niet gauw op onszelf. Dan voelen we ons ineens de kleine man die gepakt wordt door de machten boven ons (en niet geheel onterecht). Of  hebben pot en ketel, schip en strand, kruik en water hier ook iets mee te maken?     

Ton van Leijen ()