Ik hou het maar even aan de veilige kant, je weet nooit wie dit leest, en hoe of wat die zich voelt. Want er is een probleem aan het groeien: er zijn steeds meer ontwikkelingen, gebeurtenissen of begrippen waaraan iemand zich kan storen. Waarbij iemand zich niet begrepen voelt, niet serieus genomen, of buitengesloten. Denk aan het besluit van de gemeente Amsterdam, gevolgd door de NS, om niet meer te spreken van ‘geachte heer of mevrouw’, ‘dames en heren’, maar neutrale aanduidingen te gebruiken, zoals ‘geachte bewoners, beste reizigers’. Ondanks de luchtige en plagerige kop en start van deze column valt het nog niet mee om hier een goede mening over te hebben. Hoe groot is het probleem? Waar komt het vandaan? Is het wel een probleem, of meer een al dan niet politieke hype? En wat gebeurt er eigenlijk als we proberen het ‘op te lossen’? 

De discussie werd gestart vanuit de optiek van de transgenders. Mensen dus die als jongen of meisje zijn geboren, maar zich in dat lichaam niet thuisvoelen. Buiten kijf: het uitgangspunt moet zijn dat zij daarin begrip ontmoeten, gerespecteerd en geaccepteerd worden als gelijkwaardige medemens. Maar wat gebeurt er vervolgens. Ik stel me voor dat iemand die man was, maar voortaan  als vrouw door het leven gaat er geen moeite mee heeft een brief te krijgen van de gemeente met de aanhef ‘geachte mevrouw of meneer’. Of zelfs teleurgesteld wordt niet meer als ‘mevrouw’ te worden aangesproken. Daarnaast zijn er degenen die zichzelf als ‘onzijdig’ zien, dus noch als man, noch als vrouw, en daarom ook zo niet willen worden aangesproken. Ik las dat één op de 250 Nederlanders tot de transgenders behoren, een slordige 65000 dus. Een vrij kleine groep medeburgers, maar tegelijk wel het getal van een stad als Assen.  

Dat levert meteen een volgende vraag: moet je vanwege de uitzondering, een klein aantal mensen die recht gedaan willen worden in hun geslachtelijk identiteit de algemene, breed ingeburgerde norm neutraliseren?  Is het soms iets dat vanuit ‘de randstad’, ‘de Haagse politiek’, de ‘correct handelende spoorwegen’ wordt opgedrongen, ook aan bijvoorbeeld streken en regio’s waarin dit helemaal niet als probleem leeft of bevochten wordt? Hoe ver ga je door bij uitzonderingen als deze de regel of norm om te zetten? Is er niet veel te veel lichtgeraaktheid, zodat we als iets ons niet zint of past we meteen gaan roepen om neutraliserende protocollen? Of is het meer een zaak die juist in de slappe zomertijd wordt uitvergroot? Drijft de bui over, is het een tijdelijk verschijnsel, zoals bij december in zicht de zwarte pietdiscussie weer oplaait? Even sputteren, en dan weer rust?

Grappig dat dit onderwerp tegelijk speelt met een pleidooi om jongens meer jongen te laten zijn, en meer ruimte te bieden voor ravotten, het avontuur etc. In ieder geval is het positief als bij deze discussie mensen zich beter bewust zouden worden van de problemen waarmee transgenders te maken hebben. Als ik het probeer te overzien steekt wel zorg de kop op of er bij al het geweld aan reacties, meningen en argumenten niet voorbij wordt gegaan aan iets wat erachter dreigt te verdwijnen. Ik doel op fundamentele zaken als begrip, respect, rechtvaardige bejegening, en ook tolerantie als het gaat hoe we naar elkaar kijken. En dan vooral als ‘de ander’ even afwijkt van wat gangbaar is, wat ‘regel’ is, wat ‘normaal’ is (in onze ogen dan). Dat besef, die grondhouding verander je niet met het neutraliseren van adresseringen, of het aanspreken met man/vrouw, jongen/meisje, enzovoorts. Hoe grijzer de massa, hoe grijzer de normen. Hoe neutraler de aanspraak, hoe kleurlozer  de samenleving. We zijn mensen, geen wezens.  Of, beste mannen, vrouwen, onzijdigen, stel ik me te neutraal op in deze discussie?   

Ton van Leijen ()