Het spijt me, maar deze keer moet ik de lezer confronteren met een zwaar onderwerp. Het is wat laag-bij-de-gronds, maar niemand ontkomt eraan. Uit mezelf was ik er ook niet zo gauw over begonnen, maar de wetenschap dringt me het wel te doen. Het begon namelijk met de vraag hoe het komt dat tijdens het hardlopen je veters zo vaak los gaan zitten. Dat is onschuldiger dan de meeste mensen denken, en ik hoor bij die meerderheid. Onderzoekers van de University of California Berkeley hebben het onderzocht. En ze zijn eruit gekomen.

Er blijken twee hoofdoorzaken voor te zijn. De eerste: als je hardloopt stampt je voet elke keer hard op de grond, en daardoor raakt de veter losgewiebeld. De tweede is dat de uiteinden van de veter tijdens elke stamp omhoog wippen, en ook dat maakt de knoop losser. Let op: deze factoren moeten echt tegelijkertijd spelen. Denk dus niet ‘ik doe gewichtjes aan de uiteinden zodat ze niet wippen’, want ‘je kunt geen falende veter krijgen zonder de beide krachten’ stelt de onderzoeker.

Schiet nu niet in een soort veterinaire kramp, want dit is allemaal met experimenten aangetoond. Een onderzoekster rende op een loopband waarbij haar schoenen steeds werden gefilmd. De kracht van de voet die de grond raakt is zeven keer groter dan de zwaartekracht. Zodoende strekt de knoop zich uit, om vervolgens weer te ontspannen. Tegelijk wordt dus door de zwaaiende beweging van de benen er kracht uitgeoefend op de uiteinden van de veter. Ik kon geen foto van de onderzoekster vinden, dus ik weet niet hoe zwaar ze was. Maar bij een flink postuur, zwaargewicht over overgewicht is de ellende vermoedelijk groter. Hoe veteranen daarmee omgaan weet ik eigenlijk niet.

Nu kun je op internet allerlei handige tips vinden over de meest triviale onderwerpen. Zo wordt bijvoorbeeld het gewone veterstrikken daar zeer gedetailleerd en begeleid door instructieve filmpjes uitgelegd. (Trek een schoen aan, trek de veter aan, strik beide uiteinden van de veter éénmaal, leg in één uiteinde een lus, doe het andere uiteinde onder die lus door, trek dat aan en maak zo van beide lussen een mooie strik. Eventueel kun je dan de beide lussen nog een keer strikken, wat zeker bij jonge kinderen is aan te bevelen.) Er komt dan al gauw een gevoel op of dit veteronderzoek niet bewijst wat we allemaal al wisten.

Maar dan zijn de onderzoekers ons voor door te stellen dat het misschien wel een heel ludiek onderzoek lijkt, maar dat het tegendeel waar is. Want wanneer je het hebt over geknoopte structuren, en je begint de schoenveter te doorgronden (!) dan kun je die kennis ook loslaten op andere dingen, zoals DNA en ‘microstructuren die onder dynamische krachten falen’. Daarom is dit onderzoek ‘de eerste stap richting beter begrijpen waarom bepaalde knopen beter zijn dan andere.’ Pfff...pittige kost!

Ik vond dit hele verhaal zowel verbazend als inspirerend. Het stimuleerde mij om zo ook zelf meer klaarheid in mijn leven te brengen. Als voorwerp voor onderzoek koos ik probleem dat de achterklep van mijn auto soms opengaat als ik ergens tegenaan ga staan. Samen met mijn echtgenote heb ik verschillende tests gedaan. De conclusie was dat verschillende factoren hierbij een rol spelen. Eén: ik draag mijn autosleutel in de broekzak, zodat als ik ergens tegenaan leun het betreffende contact op de sleutel wordt ingedrukt. Twee: het gebeurt niet als ik in de supermarkt tegen het winkelkarretje aandruk, maar wel als ik relatief dicht bij de auto ben. Drie: het gebeurt niet als ik mijn vrouw omhels. Conclusie: afstand speelt een rol, maar ook de materie waartegen ik me aandruk (aanrecht versus dierbare gestalte).

Deze uitkomsten lijken me een eerste stap in het beter inzicht krijgen van het probleem. Ik kan nu beter afwegen en mijn leven een ‘upgrade’ geven. Zoals: wil ik de sleutel in de broekzak blijven dragen? Wil ik in deze auto blijven rijden? Moet ik vaker tegen mijn vrouw, en minder tegen de tafel aan gaan staan? Er komt dus vervolgonderzoek.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)