Deze nuchtere uitspraak hoorde ik uit de mond van een docent crisisbeheersing. Hem was om commentaar gevraagd rond de schade aan de stuw in de Maas bij Grave. We weten inmiddels allemaal dat die schade voor enorme problemen heeft gezorgd, en nog. Op het gebied van waterbeheersing zijn we als Nederland wereldwijd bekend en beroemd. Toch zet zo’n onwaarschijnlijk onnozel foutje van een schip de zaak helemaal op z’n kop. En het blijkt nog steeds ingewikkeld en tijdrovend om het te repareren. Maar het leuke is dat de wijsheid van de kop hierboven voor veel meer situaties geldt.

Een lichtvoetig voorbeeld. Toen we onze huidige woning kregen heb ik zelf als beginneling de bestrating gelegd voor en achter het huis. Ik deed m’n best dat kunstig te doen, met mooie waaiers, sterren, rondjes enzovoorts. Op een middag kwam een overbuurman even mee staan kijken. Hij liet blijken het best een aardig project te vinden, maar gaf verder geen commentaar. Achteraf hoorde ik dat hij stratenmaker van beroep was. Hij moet dus gezien hebben hoe amateuristisch ik te werk ging, want hoewel het eindresultaat er mag zijn (verbeeld ik me) zag ik de zwakke plekken in het resultaat, en wist ik hoe ik het veel beter had kunnen doen. Maar hij liet me in mijn waarde, en ik heb ervan geleerd.

Ander voorbeeld. Hoewel we in de geschiedenis vaker open stonden voor vluchtelingen (denk aan de Hongaren in 1956) hadden we te weinig ervaring om de grote vluchtelingenstroom die we nu kennen te beheersen. Procedures zijn grondig, maar bureaucratisch, en soms inhumaan. En controle op ongewenste instromers laat ook al te wensen over. De overtuiging dat we ‘iets voor die mensen moeten doen’ (gelukkig was die overtuiging er en is die er nog steeds) laat onverlet dat de ingewikkeldheid ervan overheidsinstanties en samenleving soms over de schoenen loopt. Het is te hopen dat we ervan leren en tegelijk blijven streven naar een humane en rechtvaardige aanpak.

Nog een derde voorbeeld, met een bredere strekking. In het onderwijs worden leerlingen geconfronteerd met dingen die ze nog niet kunnen. Ze krijgen wel instructie, maar moeten vervolgens proberen die zelf toe te passen in een werkstuk, presentatie of zoiets. Dan is het natuurlijk enorm belangrijk natuurlijk dat bij de eerste pogingen, ook als die mislukken, de leraren stimuleren en bemoedigen. Wat je niet kent, wat je nooit eerder deed, of waar je geen routine in hebt, dat kun je niet zomaar beheersen. Of kijk naar (inmiddels) succesvolle schrijvers: van hen hoor je steevast dat ze pas doorbraken met hun tweede of derde boek. Maar er zou geen boek meer verschijnen als nieuwe talenten zich daardoor lieten afschrikken, en de (al dan niet digitale) pen dan maar zouden laten liggen.

Wil je iets gaan beheersen dan moet je dat dus leren. Goed trompet spelen vergt blijvend oefenen. Uitvinden, ontdekken, proberen, een try-out, pionierswerk, het zijn de sleutelbegrippen om te groeien, verder te komen. Je kunt als beginneling niet verwachten meteen door te stoten tot de ervarenen. En bij ervaring opdoen hoort dat je fouten maakt, tegenslag moet incasseren. Want tegenslag is de beste gelegenheid om te tonen dat men karakter heeft (aldus de Romeinse wijsgeer Seneca). Nelson Mandela zei in dit verband: 'Oordeel me niet naar mijn succes, maar naar het aantal keren dat ik ben gevallen en opnieuw ben opgestaan´. Wat je zelden doet, doe je zelden goed, zei de docent crisisbeheersing. In feite een levensles. Het helpt je je fouten te overwinnen. Juist van je fouten leer je het goed te doen. Wie geen fouten maakt doet meestal helemaal niets. Da’s ook niet goed. Maar met die stuw komt het wel goed.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)