collumn

Lezer, u bent bijzonder. Want u leest nog, terwijl er steeds minder wordt gelezen. De boekverkoop heeft het moeilijk. Kranten ook, ondanks hun overvloed aan nieuws, achtergronden, opinie, sportverhalen, puzzels, advertenties en kookrubrieken. En dan heb je nog de column. Zoals het woord al zegt: een kolommetje in de zijlijn, een soort kanttekening bij de overmacht aan andere berichten. U moet het echt proberen: schrijf zelf eens zo’n kolom. Op z’n minst krijg je begrip voor het vreemde lot van de columnist. Waarom doet zo’n man of vrouw dat eigenlijk? Is het normaal dat ze zichzelf zo kastijden? Zijn ze wel goed bij?

Volgens de regels moet zo’n stukje niet langer zijn dan 1000 woorden, en met actualiteit te maken hebben. Nou ja, onderwerpen zijn er zat, maar hoe schrijf je nog iets zinnigs waar de media ook al bol van staan? Het touwtje van Terlouw is volledig uitgekauwd, het gevaar van een uiteenvallend Europa is eigenlijk te complex voor een kort stukje. En moet je overal wat van vinden? Bovendien: hoe betrekkelijk is jouw mening als columnschijver niet, nu de wereld steeds meer lijkt te bestaan uit mensen die wat je zegt riposteren met ‘prima dat je dat vindt, maar ik zie het anders’. Misschien is dat laatste grappig genoeg meteen ook een stukje verklaring voor het feit dat er zo enorm veel columnschrijvers zijn. Iedereen ziet het namelijk anders, en iedereen ziet ook iets anders.

Wie zijn zoal die columnisten? Je hebt natuurlijk de BN-ers (of hun partner) die al dan niet met originele blik of kennis van zaken hun verhaaltjes de wereld in sturen. Hoewel, verhaaltje, niet zelden is het een brij van-zich-af-praatsels. Verder de lokale smaakmakers; ik noem ze maar even zo, want soms stuit ik op voor mij wildvreemden, maar die zijn kennelijk lokaal wel bekend, want waarom zouden ze anders gevraagd zijn. O ja, je hoort ervoor gevraagd te worden, en dat is trouwens ook voor jezelf wat comfortabeler. Maar dat is niet absoluut, iedereen kan de vrijheid nemen zelf iets te schrijven en in te sturen. Gelukkig zijn er ook nog steeds mensen die werkelijk iets te vertellen hebben.

Een columnschrijver wil iets kwijt, heeft een zekere drive, en dat leidt tot hele verschillende bijdragen. Zo heb je wetenschappers die over hele interessante dingen schrijven; zij zijn bij mij favoriet. Je hebt ook kletsmajoors met teksten waar je geen touw aan kunt vastknopen, misschien zijzelf evenmin. Ik hoef ook niet te weten hoe de partner van zanger X haar salades maakt, of hoe trouw de man van sportvrouw Y hun hond uitlaat. Gelukkig: lezen is niet verplicht. Er zijn er ook die vooral aandacht trekken door jan en alleman (dat zijn meestal politici, religieuzen, of bonusopstrijkers) te beschimpen, te verwensen of er met geslachtsdelen naar te gooien.

Zijn zulke scheldende columnisten slechterikken? Ik heb geen inzicht in hun medische dossiers, maar sluit niet uit dat ze, direct nadat ze hun column met vreselijke gedachten de wereld in hebben gestuurd, gezellig met vrouw en kinderen bij de open haard gaan zitten, met chips en cola (of naar keuze: een flesje wijn met Roquefort, dan wel bier met Zeeuws spek) en samen naar een leuke familiefilm gaan kijken. Het lucht ze op dat ze weer even lekker modern hebben gedaan. Ze zijn het kwijt, het heeft voor henzelf verder geen betekenis. Pas over een week hoeven ze zich opnieuw kwaad te maken zodat ze in staat zijn nieuw venijn te spuien in hun volgende column.

Maar het schrijven van een column is gewoon leuk. Ik ervaar het als een worsteling maar ook als uitdaging. Welk onderwerp ook: je wilt als columnist dichtbij de lezers komen, hun belevingswereld raken. Hier ligt een scheurkalendervelletje met de tekst ‘Denk als een wijze man, maar communiceer in mensentaal’. Ik zal u helpen: het eerste valt me niet mee. Of ik in het tweede slaag is aan u. Tegen de achtergrond van de nood en ellende in de wereld staat het je vaak tegen om iets luchtigs te schrijven. Toch doe ik dat wel, in de hoop af en toe een glimlach van herkenning bij lezers op te roepen.

Relativeren kan helpen als noodzakelijk tegenwicht bij moedeloosheid over het onrecht in de wereld, het verlies van vertrouwen in mensen of instanties, de onmacht er wat tegen te doen, of het wegsijpelen van hoop op verbetering. Want er is nog steeds heel veel moois in onze levens, veel schoonheid, geluk, verwondering, zingeving. Goddank. In dat verband wens ik u als lezer (ook als u er geen column over schrijft) gezegende kerstdagen, en vrede op aarde, ook in uw eigen kleine kring.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)