Vliegende gierzwaluwen

Het is me gelukt! En dat dankzij tussenkomst van notabene Sinterklaas. Maar laat ik bij het begin beginnen. En dat ligt bij een krantenbericht over de gierzwaluw. Van een andere soortgenoot, de alpengierzwaluw, was bekend dat die zes maanden kan rondvliegen zonder te landen. Maar de gierzwaluw komt daar ver overheen met wel tot tien maanden. En deze vogel kan nog meer: hij eet, drinkt, slaapt en paart zelfs in de lucht. Wat een acrobatiek! De verklaring zit voor een groot deel in iets wat ook dolfijnen kunnen: bij beide dieren kan namelijk de ene hersenhelft in slaap vallen, terwijl de andere helft een oogje in het zeil houdt. Maar dit was zoals gezegd nog maar het begin.

Want ik las dit, legde de krant weg, en dacht ‘dat kan bij mensen dus gewoon niet’. Om mezelf meteen de vraag te stellen: ‘maar waarom eigenlijk niet?’ Ik voegde de daad bij het woord, en typte op internet: ‘kan een mens wat een gierzwaluw kan?’. En wat schetst mijn verbazing: ene professor Leonard van Duijvestein heeft er een boek over geschreven (Slapend vliegen of vliegend slapen? Uitgeverij de Bezige Bij, 2014; ISBN 90 845 3214 9). Deze hoogleraar legt daarin eerst het verschil uit tussen dieren en mensen. Dat wist ik al, dus koos ik meteen voor het vijfde hoofdstuk over, jawel: de gierzwaluw. Mijn enthousiasme kende geen grenzen toen ik daarin las dat met veel oefening en geduld ook de mens zich kan oefenen in het splitsen van het bewustzijn in een deel dat slaapt, en een deel dat alert blijft. Van Duijvestein, zelf als gespleten persoonlijkheid ook een succesvol beoefenaar, waarschuwt dat niet ieder mens dit kan. Het hangt af van je neurologisch dna, en van omstandigheden. Je moet het ook niet doen in het verkeer, of met strenge vorst.

Maar ik wist genoeg: meteen op Bol.com gekeken: alle exemplaren van het boek uitverkocht, wachten is op herdruk. Soms ben ik een doorzetter, dus mailde ik meteen Sinterklaas of hij me uit de brand kon helpen. In een keurig mailtje schreef de goedheiligman dat hij verrast was dat ik kennelijk toch nog in hem geloofde. Vervolgens dat hij zou zien wat hij voor mij kon doen, en dat het misschien handig was als ik mijn schoen zette. En ja hoor: wortel weg, het boek in mijn schoen. Met een briefje: ‘Helaas was het niet meer verkrijgbaar; dit is een tweedehands exemplaar, uit eigen bibliotheek’. Dat laatste kon je ook wel zien, het was bijna stukgelezen, en het rook naar wierook en chorizo. Maar toch.

Onmiddellijk ben ik gaan lezen. Eerst de tips over hoe te checken of je neurologische inslag geschikt is. Daarna de tips gevolgd om het in praktijk te brengen. Dat ging pas na veel oefenen, en toen nog maar zeer beperkt. Maar ik zette door, en het ging steeds beter. Met vallen en opstaan, zoals vorige week, toen ik in een politieke vergadering probeerde te slapen totdat mijn andere hersenhelft zou aangeven dat ik moest opletten. Waarschijnlijk had ik abusievelijk beide helften op slaap gezet, want toen de bode me wakker maakte was de zaal al leeg. Ook mijn vrouw moet er nog aan wennen. Ze deed wel eens proefjes om te kijken of ik ’s nacht helemaal of half sliep. Ik wil dan namelijk graag ‘op rechts’ (zo noem ik die helft maar even) slapen, maar op links nadenken over wat ik de volgende dag zal gaan doen. Daarvoor zegt ze dan dingen om mijn bewustzijn te testen, bijvoorbeeld door zachtjes zinnetjes te spreken als ‘hoe kom je aan die deuk in je auto?’ Meestal reageer ik dan positief met bijvoorbeeld ‘gelukkig héb ik nog een auto’. Meteen schakel ik dan ook die helft uit, en hoor ik niet meer dat ze zegt ‘je bekijkt het maar, ik ga slapen’.

Toch vorder ik echt. Zaterdag had ik nog een verjaardag, en ik ga dan gewoon met mijn ‘slaapkant’ naar degene toestaan die saaie en ellenlange verhalen over zichzelf houdt. Tegelijkertijd concentreert mijn wakkere kant zich op anderen die wel zinnige dingen zeggen, en verliest ook de tafel met hapjes niet uit het oog. Je voorkomt daarmee behoorlijk wat opslag van ballast aan onnodige sociale feitjes. Als het me lukt een column voor u te schrijven op rechts zonder dat ik op links aan u denk laat ik het weten.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl )