wantrouwenIedereen merkt het, overal kom je het tegen: wantrouwen. Het lijkt te groeien, en dat is riskant. Natuurlijk is het niet moeilijk om oorzaken aan te wijzen. Dat is vooral gemakkelijk als ze - zoals meestal - buiten onszelf liggen. Maar wij kunnen zelf ook veel doen aan het niet aanwakkeren van ongezond wantrouwen. Wantrouwen kan gezond zijn, evenals kritiek. Zoals op het kabinetsbeleid. Maar daar eens flink op af te geven en vervolgens zelf stil te blijven zitten brengt niet verder. Wat dragen volwassenen in dit verband over aan de volgende generatie?

Er is veel beweging, veel onrust. Europeanen - lees ik vandaag - wantrouwen de media. Dat kun je je voorstellen omdat er internationaal veel aan de hand is. Ook dichter bij huis moet al gauw de politiek het ontgelden. En zeker, er zijn politici die zich moesten schamen over hun stijl van optreden en woordgebruik. Jammer dat je met liegen zelfs president van een groot land kunt worden. Op elk niveau kun je politici tegenkomen die drukker zijn met elkaar dan met de burger. Toch doen de meeste politici serieus wat ze moeten doen: de samenleving dienen, en zaken regelen die wij als burgers niet kunnen regelen. En bij de media kan het fout gaan, tot op lokaal niveau is er vaak meer sensatie dan een eerlijk feitenverslag. Steeds meer mensen halen hun informatie van Facebook en Google, terwijl daar enorm veel onzin op staat. Toch blijven media ontzettend belangrijk voor de open, vrije en democratische samenleving.

Dan zijn er toenemende scheidslijnen: tussen lager- en hoogopgeleiden, rijk en arm, mensen met een migratieverleden en zij die dat niet hebben (ik merk wel of ik me nu strafbaar uitdruk, maar ik kwam hier in 1983 binnen uit een andere provincie). De een profiteert van opleiding en arbeidsmarkt, de ander komt niet aan de bak. De instroom van nieuwe wereldburgers in ons land versterkt onzekerheden. Afijn, u kent al die verschijnselen wel. Europa en integratie worden door heel veel mensen als de belangrijkste bronnen voor spanning gezien. Het verdeelt mensen.

Mensen kunnen erg veel aandacht besteden aan wat die aandacht volgens mij niet verdient. Teveel mensen vinden dat ze over alles een mening moeten hebben. En wat nog erger is: die mening ook ongevraagd te moeten geven. Op sociale media bijvoorbeeld bekritiseren mensen anderen met zoveel gescheld en venijn dat dit nog erger is dan wat de bekritiseerde persoon heeft gezegd of gedaan.

Laten we dus zeker ook naar onszelf kijken. Waarom is er toch zo ongezond veel aandacht voor wat er fout gaat in de samenleving, en waarom moet daar dan avond aan avond in praatprogramma’s over doorgezaagd worden? Wij mensen geloven in maakbaarheid, en denken zo langzamerhand recht te hebben op welvaart. Krijgen we die niet dan nemen we dat politici kwalijk, en zijn we gauw boos. Media stallen onze boosheid flink uit, en politici roepen onmiddellijk dat ze ons, boze burgers, zeker heel goed begrijpen. Dat is ook wel het minste, want je hoopt natuurlijk vooral dat ze er wat aan gaan doen. Waar nodig, want niet alle boosheid is terecht. Teveel mensen roepen van de zijlijn wat de overheid in hun ogen moet doen, terwijl ze nooit de bereidheid tonen zelf die verantwoordelijkheid eens een paar jaar te dragen, en waarbij ze zouden merken dat ze meestal tot dezelfde afwegingen komen. Zou een politieke dienstplicht niet heilzaam kunnen zijn?

Het is ronduit slecht als politici die boosheid misbruiken voor hun eigen politiek gewin. Er zijn - vooral op het sociale vlak - zaken waarover je je terecht boos kunt maken of bezorgd zijn. Ik schrijf over wantrouwen, maar je kunt dat in een ketting of cirkel zetten met andere verschijnselen: eenzijdige of foute nieuwsgaring, met als gevolg onzekerheid, vervreemding, bezorgdheid, onmacht, angst, boosheid, misschien agressie. En dan laat ik andere factoren (zoals een ongeremd karakter, papagaaien- of andere groepsgedrag) maar liggen. Er verandert veel, van wereld- tot straatniveau. Maar we moeten boosheid niet misbruiken om het vele goede dat er nog is, in onze democratie, ons sociaal stelsel, de inzet van mensen voor elkaar enz. verdacht te maken, te gaan wantrouwen.

Wat dragen we over? Wat dragen we bij aan een gezonde maatschappij? Het gespreksklimaat in de huiskamer kan voedingsbodem worden voor anarchisten of zelfs terroristen. Maar het kan evengoed kraamkamer zijn voor het vormen van een nieuwe generatie burgers die zich wil inzetten voor een betere samenleving. Waarin vertrouwen en respect nog steeds hoekstenen zijn. Claire Fox, een Britse journaliste, signaleert dat hoge welvaartsidealen van jongeren aan het verdampen zijn; jongeren willen in deze tijd vooral veiligheid en bescherming. Je hoopt dat ze dan voldoende volwassenen om zich hebben die hen daarbij helpen. Die hen een eerlijk beeld geven van de wereld om hen heen. Een generatie die bouwt aan en verbindt in vertrouwen. Wat zou dat mooi zijn.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)