Het is waar, bij of boven de rokerige bak met kolen die we barbecue noemen staan bijna altijd mannen. Vrouwen niet of veel minder. We nemen dat meestal aan als een gegeven, zoals het ook de man is die hartje winter in de bittere kou, met een strak gezicht waar een groot verantwoordelijkheidsbesef van afstraalt, even naar het schuurtje loopt om nog wat hout voor de open haard te halen. En terwijl kindergezichtjes door de beslagen ruiten angstig naar buiten kijken of dat vader wel lukt, warmt moeder intussen de chocola op het fornuis, en kijkt ze op de klok of de rookworst al uit de pan kan. Maar is deze rolverdeling en bijhorend gedrag wel zo vanzelfsprekend?

Altijd fijn dat er deskundigen zijn die ons bij deze moeiten willen helpen. Zo las ik in een artikeltje onder de kop ‘Waarom mannen altijd barbecuen’ maar liefst vijf verklaringen. Het komt uit een Amerikaans onderzoek. Nu barbecuen ze over de grote plas wat anders dan op de Veluwe, maar toch. Daar komen ze. 1. Mannen houden van spanning: vuur, hete kolen, metalen gereedschap. 2. Je hebt als man iets te doen: af en toe in kolen porren of een vleeslapje omdraaien ligt hem meer dan over gevoelens praten. 3. Een barbecue schoonmaken is niet zoveel werk. 4. Vrouwen geven meer om salades, mannen meer om vlees, en liefst veel. 5. Historisch element: vroeger brachten mannen samen tijd door op het open veld, nu is het meer de achtertuin waarin ze barbecuen met gezin, vrienden, buren. Hoewel zonder pijl en boog hangen mannen nog steeds graag met elkaar om een vuurtje.

Vooral het slot van verklaring 2. is interessant. Ik leg er eerst iets naast uit een artikel gebaseerd op een onderzoek naar de man-vrouw-verhouding in arbeidsrelaties. Daarin wordt gesteld dat mannen naar vrouwen toe vaak een muur optrekken. Die muur zou bestaan uit het zich ingraven in het eigen gelijk. Er zou bij mannen onwil zijn te communiceren met vrouwen, en ze zouden vinden dat vrouwen moeilijk doen met hun eindeloze geanalyseer van relaties en emoties. Ik moet zeggen hiervan weinig te herkennen in de praktijk die ik ken, uitzonderingen daargelaten. Dat vrouwen de strijd tegen mannelijke onverzettelijkheid en geldingsdrang altijd zouden verliezen lijkt me gewoon onzin. Wat wel tot nadenken stemt is de stelling dat mannen in machtposities anderen soms als obstakels of objecten zien die in de weg staan. De auteur van het artikel rond af met “Aan mannen zou ik willen zeggen: wordt niet het slachtoffer van je trots, je geldingsdrang, je principes, je ego, of wie weet je irrationaliteit. Niet je mannelijkheid, maar je menselijkheid staat op het spel”.

Na dit uitstapje terug naar de barbecue. Raken mannen van slag als ook vrouwen zich opstellen bij het spit? Vormen vrouwen dan een obstakel, of gaat er een corrigerende werking van hen uit? Bewijst het gedrag van mannen bij de barbecue dat ze iets wegdrukken? Draaien ze de saucijs of shaslik om als compensatie voor het feit dat ze niet kunnen koken? Zijn ze in de keuken persona-non-grata en schamen ze zich daarvoor? En willen ze bij kool en karbonade laten zien dat ze best nog wat kunnen? Als dat zo is lijkt me de oproep om niet je mannelijkheid (of gefrustreerde ego) stoer of quasi-onverschillig overeind te houden, maar je menselijkheid verder te ontwikkelen een heilzame uitdaging. Maar ik weet niet hoe dit bij u ligt lezer, en ik ben ook niet van plan me daarmee te bemoeien. Ik weet ook niet zo goed wat mannen die daarvoor open staan kunnen doen. Misschien geen barbecue kopen, en eindelijk eens leren koken. Dat eitje bakken kan elke druif, dus begin eens met salades maken. Doe dit gefaseerd. Vraag eerst je vrouw eens of je een keer in de keuken mag komen als ze gaat koken. Als je samen kunt behangen is ook dit haalbaar. Het is een begin.

In deze regio worden af en toe kampvuuravonden voor mannen georganiseerd. Mooi initiatief, uitvloeisel van de bekende 4e Musketiersessies. Merkwaardig vind ik wel sommige teksten die daarbij worden gebezigd. Wat te denken van een zin als ‘Geef mannen een vuurtje, een biertje, en ze komen los’. Zijn hier de vijf verklaringen die ik noemde weer herkenbaar, of blijven mannen toch ergens mee zitten? Waarmee of waarvan komen ze dan los? Is dat loskomen gevaarlijk, of een zorgelijk signaal? Ik durf de stelling aan dat vrouwen een noodzakelijke eigen kleur geven aan gesprekken waaraan ook mannen deelnemen. Natuurlijk, er blijven onderwerpen die mannen meer interesseren dan vrouwen, en andersom. Maar ziet: nu komen er ook kampvuuravonden voor vrouwen. Zij verplaatsen zich dus in de vorm die mannen al eerder gebruiken. Samen om het kampvuur, dat moet het einde zijn. Ook voor een columnist die zelf een gasbarbecue gebruikt. Graag wens ik alle lezers alsnog een mooie zomer, met of zonder hamburgerhumbug, als het kan toch ook veel lekkere barbecues, maar vooral interessante gespreksstof en verdiepte relaties.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)