Over de aanhouding van Typhoon is alles al gezegd. De orkaan aan reacties - passend bij zo’n naam - is geluwd, het onderwerp is allang weggedrukt door nieuwe nieuwigheden. De fout van de betrokken politiemensen werd door henzelf ontdekt en gecorrigeerd. Typhoon heeft ook goed en wijs gehandeld. Hij is zelfs ‘ingelijfd’ in de strijd tegen discriminatie en vooroordelen. Misschien wel goed dat onze politiemensen worden bijgeschoold. Zodat ze weten welke landgenoten of winnaars van idols en andere talentenjachten mogen rondrijden in een dure auto zonder dat dat verdacht is. Dat geldt dan natuurlijk voor zowel blanke en blonde landgenoten als gebruinde. Alleen het onderscheid tussen gewone en ongewone patsers moet scherp blijven. Maar er knaagt iets.

Want de vele commotie is gebaseerd op kennis achteraf. Stel nu eens dat Typhoon niet Typhoon was maar Piet, een regulier gekleurde landgenoot. En dat Piet bij een politiecontrole gewoon met vriendelijke handbewegingen was verzocht door te rijden zonder verdere aandacht. En stel dat kort daarna bleek dat deze persoon bij een drugsoverdracht of andere criminele transactie betrokken was. Was het land dan niet te klein geweest als bekend werd dat de politie deze jongen zomaar had laten passeren? Het is nog niet zo lang geleden dat in fiere woorden werd gezegd dat jongetjes met een bepaalde kleur die in dure auto’s reden of met veel goud omhangen waren als verdacht zouden worden beschouwd. Dat was mee onderdeel van een bonnenquotering binnen politiekorpsen. Destijds werd dit beleid door de minister gestimuleerd. Later is deze quotering een zachte dood gestorven, maar iets daarvan zal bij de agenten toch wel zijn blijven hangen. En ‘we’ vonden dat destijds logisch omdat het de strijd diende tegen loverboys, fraudeurs, criminelen. Het ging dus om onze veiligheid. Onnodig te zeggen dat ook ik etnische profilering fout vind. Maar inmiddels becommentariëren we dit achteraf. Omdat we weten dat het nu om Typhoon ging, en dan zit het wel snor.

Iets vergelijkbaars zag je bij het incident met de gorilla in een dierentuin in Cincennati. Een jongetje was aan de aandacht van moeder ontsnapt en terecht gekomen in de leefkuil van de gorilla, die er vervolgens een beetje mee begon te spelen. De omstanders maakten zoveel misbaar dat het dier steeds nerveuzer werd. Na enkele milde afleidingspogingen, en het feit dat een verdoving niet snel genoeg zou werken werd besloten de gorilla dood te schieten. Daarop werd nadien van verschillende kanten weer kritiek gehoord; waren er geen andere manieren om dit beest aan te pakken? Maar zoiets kun je alleen maar zeggen als het jongetje inmiddels in veiligheid is. Je moet er toch niet aan denken wat er had kunnen gebeuren met dit kind als er niet snel en hard was ingegrepen.

De les van deze voorvallen is in ieder geval dat er soms kritiek wordt geuit op een moment waarop de afloop bekend is. Het bekende ‘gemakkelijk praten achteraf’. Op het moment dat het incident zich voordoet moet je soms niet aarzelen, kun je niet alle varianten bespreken en overwegen, maar moet je ingrijpen. En ja, dat kan dan later wel eens onnodig of de verkeerde beslissing blijken te zijn. Ik moet denken aan wat mijn vrouw jaren geleden in een supermarkt overkwam, toen haar aan de kassa werd gevraagd haar tas te openen, om te controleren of er geen boodschappen werden achtergehouden. Ze werkte rustig mee, er werden achteraf ook excuses aangeboden. Ze vond het niet leuk, maar begreep dat dit een prijs is die je betaalt als anderen zich misdragen. (Overigens wordt zoiets tegenwoordig wat charmanter aangepakt, en niet onder het toeziende oog van al het andere winkelende puibliek.)

Bij emotionele gebeurtenissen is het een menselijk verschijnsel een daad te willen stellen, stevige uitspraken te doen terwijl je alles nog niet kunt overzien. Een heel ander voorbeeld. Bij de vreselijke aanslag op het bureau van Charlie Hebdo in Parijs (januari 2015) riepen mensen massaal ‘Je suis Charlie’. Een menselijke reactie, ingegeven door de grote behoefte om in verzet te komen tegen deze afgrijselijke en laffe aanslag. Op dat moment wisten maar heel weinig mensen wat Charlie Hebdo eigenlijk was en waar het zich mee bezig hield. Terwijl er op die club zeker wel kritiek viel te leveren. Maar als je daar toen mee aankwam werd dat als verdacht beschouwd. Goed dat enkele weken daarna toch ook van verschillende kanten de onaantastbaarheid van het bureau door belangrijke media werd gerelativeerd. Natuurlijk niet om hoe dan ook maar iets van begrip op te brengen voor de misselijke daad. Maar achteraf, als de kruitdampen zijn opgetrokken ontstaat er wel vaak een beter, zuiverder beeld, gebaseerd op heldere feiten, en dan worden nuances mogelijk. Het zou mooi zijn als mensen niet alleen achteraf makkelijk praten, maar ook een mening durven aanpassen voor de toekomst. Want soms moet je eerst handelen, maar vaker moet je eerst denken, en dan pas doen.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl