Het straatbeeld laat het steeds vaker zien: opa’s en oma’s die optrekken met hun kleinkinderen. De buurvrouw om de hoek wandelt achter de buggy met haar kleindochter erin. Buurvrouw een andere kant op voetbalt met haar kleinzoon. Op het station zie je verschillende opa’s die met kleindochter of -zoon naar de treinen gaan kijken. In mijn vriendenkring wordt een feestje georganiseerd waarvoor wordt gevraagd even te laten weten of je komt. In de reacties die daarop komen zijn er verschillende met als inhoud ‘we hebben oppasdag, maar tenminste één van ons probeert wel even te komen’. Grootouders die oppassen: een stille reserve, een verborgen legioen, en zilveren golf die enorm bijdraagt aan onze economie.

Dat oppassen is trouwens geen sinecure. Er is souplesse en soms ook inventiviteit voor nodig. Het kan zwaar zijn. Luiers verschonen, rompertjes verwisselen, winkelpubliek spelen terwijl kleindochter achter de kassa zit, voortdurend nieuwe spoorbanen ontwerpen voor de houten trein van kleinzoon, poppen van zolder halen, met de auto naar de wasstraat, kijken op het station, naar het speeltuintje, de ballenbak, en dan heb ik het nog niet eens over babyvoeding, fruithapjes, vitaminedruppeltjes, naar school brengen en ophalen, rommelmarkten bezoeken om je thuisvoorraad speelgoed op peil te houden en ga maar door. Het kan zelfs riskant worden. Denk aan de nieuwe step met aandrijving, de space zoals u natuurlijk al lang weet, al dan niet in frozen-uitvoering. Maar als kleindochter de smaak te pakken krijgt en opa of oma erachteraan moet rennen kan hij of zij uit de bocht vliegen. Dat is niet goed voor het imago van deze generatie, ondermijnt het respect bij het kind, en kan vragen oproepen van de zorgverzekering.

Met pubers is dat wat gemakkelijker: je vraagt niet wat ze willen drinken, maar zet uit ervaring zwijgend cola en chips voor hen neer. Hun kijkgedrag op smartphone biedt gemakkelijk aanknopingspunten voor vragen als ‘zit je nou op instagram, of moet je even je facebook bijhouden?’ Gemakkelijk zijn ook vragen over de projectweek op school, of de werkweek in Florence (extra leuk als je daar zelf bijvoorbeeld ook bent geweest). Riskanter wordt het als je over hun muziekkeuze begint, want óf je kent geen enkele naam die dan genoemd wordt, óf snapt geen bal van de raadselachtige manier waarop langs verschillende apps en programma’s hun oeuvre wordt samengesteld. Als je niet uitkijkt blijf je zitten met het gevoel niet meer bij de tijd te zijn. Vooral als ze hun best dat niet aan jou te laten blijken. Kijk uit, geef daar nooit aan toe.

Al dit inspringen van grootouders voor kleinkinderen wordt moeilijker als je als grootouder er alleen voor staat. En je moet er na pensionering ook fit genoeg voor zijn om in te springen. Niet zelden is dat zelfs noodzaak, omdat ouders beiden werken. School en opvang leveren dan een bijdrage, maar ook grootouders zijn onmisbaar. En ze doen het bijna altijd graag. Ze houden van hun kleinkinderen, herkennen soms zichzelf erin. Alsof het leven opnieuw begint. Het doet terugdenken aan de verhalen over het leven in een tentenkamp van nomaden zoals bijvoorbeeld de Bijbelse Abraham. Maar ook aan vroeger, toen in (wat ik maar even noem) het boerderijmodel verschillende generaties onder één dak woonden, en grootva en opoe de kinderen onder hun hoede namen als pa en ma op het land werkten. Het is een mooi model. Nuttig, maar vooral warm en liefdevol. Opa en oma, ze wonen tegenwoordig in een ander huis, maar dragen wel bij aan een thuis. Zo lang het nog kan.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)