Tel uw zegeningen tel ze een voor een, tel ze allen en vergeet er geen, het zijn woorden en wijsheden uit mijn kindertijd,die afgelopen week weer in de volle betekenis op mij afkwamen. Ik reed richting Zalk door het weidse polderlandschap, zomaar op uitnodiging van mijn schoonzoon en dochter voor een stukje eten op de zaterdagmiddag.

Al rijdende was het eigenlijk al een feest richting''Dorp aan de Rivier'',altijd als ik Zalk binnenkom lijkt het of de tijd hier heeft stilgestaan, ondanks het nieuwe dorpshuis waar een aanvang mee gemaakt wordt. De natuur rondom dit dorpje is puur en zeker als weer en luchten meewerken overvalt je een gevoel van rijkdom. Hier moet niets, hier leven mensen en wolken en weilanden, staan koeien en paarden nog dromerig voor zich uit te staren en geven ze je het gevoel, kom ik er vandaag niet dan kom ik er morgen wel. Hier vindt je ook nog plassen, kolken en poelen en zijn er nog heuse uiterwaarden, die in de wintermaanden zich regelmatig volzuigen met het water uit de IJssel, een rivier die kalm en waardig het water afvoert naar het IJsselmeer.En wat te denken van het Zalker bos, waar je als kind nog een hut kan bouwen, en een pontje je naar de overkant kan brengen, en schone lucht op de koop toe! Waar je s' zomers kunt zwemmen in diezelfde IJssel die traag door het oneindige laagland gaat. En waar de kerk nog in het midden staat en waar je vanuit het dorp omhoog moet als je de dijk opgaat. Waar je aan de einder de zon bij helder weer onder kunt zien gaan. Als ik aankom wordt mij gevraagd mijn jongste kleinzoon even op te halen, want het eten wacht en hij is via de moderne media( lees de mobiele telefoon) niet te bereiken. Op mijn vraag waar ik hem kan vinden wordt mij door zijn vader verteld, dat hij aan het vissen is in De Hank, een mooi en ongerept stuk water onder de rook van Kampen. Hij duidt mij waar Menno en zijn vriendje te vinden zijn, en ik pak de auto en ga op onderzoek uit. Korte tijd later arriveer ik op de aangegeven plek, twee kinderfietsen die ik al uit de verte waarneem geven de plaats aan waar ze zitten,de fietsen liggen onbezorgd op de grond. Hoezo stalling, die bestaat hier gewoon niet, alles wat hier bestaat dat zijn jongensdromen over vissen, de een nog groter dan de ander, het is of ik mijn eigen jeugd weer even beleef! Ze zitten beiden in een roeibootje als ik ze begroet, ha jongens mooi bootje mag je daar zomaar gebruik van maken? Natuurlijk Opa zegt Menno, die bootjes liggen hier gewoon en niemand weet van wie ze zijn.Nog wat gevangen vraag ik verder, ja zeker dat hebben, ze geven met hun handen de maat aan, overwegend klein spul dus, dat door de aangifte met de handen altijd groter lijkt, maar wat zou het. Ik kom om te zeggen, dat jullie thuis moeten komen, Pa en Ma gaan vanavond weg en willen daarom op tijd eten, wel een verrekte mooi plekje hier De Hank, ja toch?Ja Opa we gaan hier vaak naar toe, zegt Menno die wederom het woord neemt, inmiddels maken ze aanstalten om de thuisreis per stalen ros aan te vangen, hengels onder de arm. Nu fietsend tegen de dijk op richting Zalk, tegelijkertijd stijgt ook een leeuwerik op, de lucht in naar nog grotere hoogte. Terwijl ik getuige mag zijn van die twee op hun fiets en kijk naar de prachtige polder in een later, ander licht dus, en naar al haar weidsheid realiseer ik mij eens te meer wat voor een zegeningen dit zijn. Als je als kind zo mag opgroeien, zo puur en zo ongekunsteld in het Zalker landschap dan ben je gezegend! Dit neem je mee de rest van je verdere leven in, en wordt door niemand meer van je afgepakt. Dat idee maakte mij als Opa uitbundig en unmundig gelukkig, op die zaterdagmiddag in Zalk!

Goed Goan.

Simon Schrijver.

Voor eventuele reacties simonschrijver@locourant.nl