vulpen

Stel je voor er valt niets meer te verwachten, niets meer ergens wat van te vinden en niets meer te fantaseren, maar erger nog: niets meer om ergens iets over te schrijven. Wat zou het een saaie doodse wereld worden, een wereld zonder mensen die ergens iets van vinden, wel van alles willen zeggen maar het papier als een boosaardige kwelgeest op hen af zien komen. Mijn vrede, wat zou ik moeten als deze manier van uiten niet meer de mijne zou kunnen of mogen zijn, zelfs als het nergens meer over zou gaan!

Schrijven naar iemand, zomaar een met de hand geschreven brief, wat een rijkdom, je hele wezen er in leggen, in de taal wel te verstaan terwijl je handschrift je karakter etaleert. Laten zien wie je bent en je gevoel te uiten, vertel mij wat is er mooier? Aan het eind van de dag, diezelfde dag of meerdere dagen de revue laten passeren, gewoon iets zeggen over het leven van alledag. Gewoon iets pietepeuterigs, of te vertellen hoe goed het gevoeld heeft die uitgestoken hand die voelde als een schouderklop. Gewoon vertellen over de bos bloemen die je haalde voor iemand waar je van houdt of gehouden hebt.

Schrijven ook over verdriet over een mens die je dierbaar was en die je verloor, de gang met de bos bloemen naar het kerkhof, de laatste rustplaats van hem of van haar. Natuurlijk weet je, dat gestorven zijn dood is, en het praten in je zelf bij het graf niet tot enig gehoor zal leidden. Maar toch doe je het, of het je wat brengt of geeft is even niet belangrijk, je voelt je wat verloren op het kerkhof zo rond deze tijd van het jaar, je kijkt om je heen of er ook mensen zijn die je er op zouden kunnen betrappen, dat je in jezelf staat te praten.

Te praten tegen die ander door te zeggen dat je hem of haar mist, keihard wordt je afgerekend op het er nog steeds zijn, in het land van de zogeheten levenden. Onderwijl wordt het al vroeg donker deze middag op de dodenakker waar ik sta, ik huiver wat op deze koude dag. Een paar zwarte vogels, zo te zien kraaien, vliegen laag over terwijl ze krijsend de troosteloosheid van het leven, wat maar al te tijdelijk is, benadrukken. Kraaien dacht ik, typisch vogels van de dood!

Ik beleef op mijn manier het kerkhof waar het leven verloren heeft, en de schrijverij mij deze namiddag bracht. Ik zag de stenen met daarop de namen van veel mensen die ik gekend heb, meestal alleen van naam en gezicht, daar hield het in de meeste gevallen mee op. Maar toch, ik bevind mij op bekend terrein, mijn voorland om maar zo te zeggen.

Terwijl ik de leegte in kijk, het stuk waar nog geen stenen staan en geen graven gedolven zijn, realiseer ik mij, dat naar alle waarschijnlijkheid ik hier een paar vierkante meter van ga bevolken. De geldelijke rijkdom om een private plek te realiseren ontbreekt mij maar wat zou het. Laat ze maar zoeken en zich als toevallige passant met een blik van herkenning er langs bewegen.

Terwijl ik mij naar de uitgang begeef en het nu snel donker wordt ontwaar ik op meerdere stenen mooie woorden en spreuken, uitingen van liefde maar ook van hoop en verwachting.

Heel mooi denk ik, mocht dat zo zijn of wie weet in de toekomst werkelijkheid worden. Op een van de laatste stenen lees ik onder andere “Heere help mij”. Ondertussen ben ik bij het hek aangekomen, wat ik met een gevoel van eerbied achter mij sluit. Mij realiserend dat mijn schrijverij mij en u een stukje dood liet zien als zijnde een onderdeel van het leven, ook van het mijne.

Ondertussen is Kerst op komst, het feest van nieuw leven!
Goed Goan.

Simon Schrijver

Voor eventuele reacties simonschrijver@locourant.nl