oogst

Deze week overviel Simon iets melancholisch, iets beschouwends iets van vroeger namelijk dat hij zich in een versterkte mate afvroeg wat bepaalt nu eigenlijk mijn gevoel! De mais stond deze week zo hoog dat je niet meer naar links of naar rechts kon kijken, waar je vroeger zo ver kon kijken als het oog reikte over het golvend gele koren doet het huidige groen van de mais hard aan. We hadden het toen ook over het ‘wuivende graan’ en meer van deze mooie superlatieven. De tijd waar de binnenwegen nog lagen te wachten op verharding, eerst waren dat de gebakken stenen met allemaal een eigen kleur en elke kleur leek wel z’n eigen verhaal te vertellen!

En al naar gelang de tijd vorderde en ook de vooruitgang, zoals men die noemt, kwam er een zwarte asfaltlaag overheen, doods en zonder uitstraling. Dan kon je harder rijden met het voertuig wat bij steeds meer mensen inmiddels vier wielen kreeg in plaats van twee. Wat hebben we veel gekregen de afgelopen jaren, wat zijn we in de vaart der volken omhoog geschoten En toch wat verlang ik vaak terug naar die andere tijd, waar het bezit nog verkregen moest worden, waar mensen zeker hier op het platteland, nog de moeite namen om elkaar te groeten gewoon zonder bijbedoeling. De tijd ‘dat geluk nog heel gewoon was’!

De tijd dat Hilversum 3 nog niet bestond wat later zo treffend werd bezongen door herman van veen! De tijd van het hoorspel, van de bonte dinsdagavondtrein en van het mastklimmen en de vossenjacht en Johan Bodegraven en Goos Kamphuis en meer van deze éénvoudige lieden en zaken. De tijd dat God een vaststaand gegeven was en er aan hem niet getwijfeld noch getornd werd aan zijn Almacht! De dominee zei immers ook dat ‘geloven’ de gewoonste zaak van de wereld was!

De tijd ook ’waar geluk nog heel gewoon was’! De tijd waarin er nog normen en waarden waren die ‘echt’ bestonden, de tijd van avondrood mooi weer aan boord en morgenrood water in de sloot. De tijd van zekerheden en de harde gulden, waar ‘kredietcrisissen’ zelfs niet in de sprookjesboeken voorkwamen. Waar er nog een bandje over de wreef van je klomp gespannen werd, dat was normaal en had met armoede of rijkdom niets uit te staan. Het was de tijd dat Dagobert Duck in zijn geldpakhuis zoveel aan baar geld had opgeslagen dat het zelfs niet in je opkwam dat zoiets zou kunnen gebeuren!

Hooguit was er slechts één ding te doen, zorgen dat de zware jongens tijdig in de kraag gevat werden dat kon toen nog. Dat was de tijd’ waar geluk nog heel gewoon was’! De tijd dat we van die ‘andere zware jongens’ nog nooit gehoord hadden, zij die in staat waren om met enorme bedragen zichzelf te verrijken door middel van allerlei ingewikkelde constructies en andere zaken die we nu kennen als ‘gouden handdrukken’ etc.etc. De tijd ook waarin de kachel nog snorrend op 10 stond en aan de binnenkant van onze enkelsteense muren, zoals deze toen heten, het condenswater langzaam naar beneden druppelde en het behang losliet. Ook was het slecht voor je gezondheid, je kreeg er bronchitis van zeiden ze, en het water uit de pomp in het achterhuis was gelig van kleur. Dat had te maken met de ijzerhoudende grond zeiden ze, maar als we dorst hadden smaakte het puur en lavend!

De tijd ook dat de vliegen zich verlustigden aan de ‘éigengemaakte jam’ op ons knipwit. Het was een armoedige tijd toen zeiden ze maar in Simon zijn beleving was het de rijkste tijd van zijn leven! Herkenbaar samen met en voor God het Vaderland en Oranje. En het leven was eeuwig.......... Het was de tijd van ‘ toen geluk nog heel gewoon was’!

Goed Goan.

©Simon Schrijver.