| Over borstrok en jaeger ondergoed |
| dinsdag 31 januari 2012 21:57 | |||
|
Taal beweegt. We kennen zelfs een ‘woord van het jaar’. In 2011 werd dat ‘tuigdorp’, dat het won van o.a. ‘caviapolitie’, in 2010 ‘gedoogregering’, in 2009 ‘ontvrienden’. Leuk. Een andere trend is dat we erg gemakkelijk verengelsen, in tegenstelling tot onze zuiderburen. Die klinken sowieso (!) vriendelijker. Dat verengelsen komt natuurlijk door een optelsom van tv-series-kijken, gebruiksaanwijzingen van apparaten, misschien onze buitenlandse vakanties, internationale samenwerking. Maar het meest denk ik door het ict-tijdperk, de computer- en chipstechniek. We ‘monitoren’ van alles, hebben keyboards (ook als we a-muzikaal zijn), en sinds kort weet ik wat ‘cloud-computing’ is (dankjewel Wim). De iPhone was er al, de iPad neemt binnenkort onze gemeenteraad in bezit (nee, ik bedoel andersom), op verlanglijstjes staan ‘tablets’ waarbij niemand aan een geneesmiddel denkt. De toekomst trekt in ons taalgebruik, en de bekendheid met het verleden loopt enorm terug. Ik zie mijn vader nog als hij van zijn werk ’s avonds thuis kwam; dan ging de manchesterkleding uit, en had hij een jaegeronderbroek aan. Werd in alle kringen gedragen, vooral ’s winters lekker warm, ideaal bij het schaatsen. Die broek zag er niet zo chique uit, een beetje slobberig, met een laaghangend kruis (waarvan Toon Hermans ooit grapte ‘helemaal geen erekruis’). Ik denk niet dat het nog veel wordt gedragen, en durf ook niemand te vragen “Wat voor ondergoed draag jij?“ Manchesterkleding bestaat nog steeds (nee, ik bedoel niet het tenue van de gelijknamige voetbalclub), en over jaeger ondergoed kun je op internet en heuse vraag- en antwoordrubriek vinden (‘bestaat dit merk nog? Zo ja, waar kan ik het kopen?’ e.d.). Anijsmelk kun je nog maken, maar flessenlikkers kunnen naar zolder of de rommelmarkt, naast de weckflessen, de stoof en de lampetkan. Als je probeert vooruit te kijken kan er nog van alles gebeuren. De tomtom schijnt op z’n retour doordat de gsm ook de route laat zien. En bij elke aankoop weet je dat er morgen een snellere versie kan zijn. Een vriend die pas zijn verjaardag vierde pakte nog eens zijn plakboek van twintig jaar geleden erbij. Tot zijn (en onze) verrassing kwam daar nog een kadobon uitrollen die toen over het hoofd was gezien. In guldens, niet meer geldig. Om in te lijsten! Contant geld zie ik wel verdwijnen, nu alles met plastic kaartjes en chip betaald kan worden. Maar hoever zal dat gaan? Sombere profeten voorspellen dat we ooit allemaal een chip onder de huid krijgen, waarmee je niet alleen het broodje bij de bakker afrekent, maar ook je parkeergeld, je reis boekt, tol betaalt, je legitimeert enz. Ik geloof er niks van. Je ziet tegenover schaalvergroting en internationele aanpassingen wel een kentering naar het eigene. Moeten we terug van de euro naar de gulden? (Niet doen! Zou slecht zijn voor onze economie). Het gedoe rond Griekenland en Italië versterkt eveneens nationale gevoelens. In Engeland willen sommigen uit de Europese Unie stappen. Niet alleen om economische overwegingen, men voelt ook aan dat de eigen cultuur onder druk komt, afkalft. Komt er echt een hang naar het verleden, al dan niet uit nostalgie? We zullen het zien. Ik zet thuis trouwens wel weer koffie in een ouderwetse cafetière, waarbij de Senseo tijdelijk (?) in de schuur staat. Het theezeefje is ook nog in ere. En ik kijk met steeds meer liefde naar mijn oude boormachine en niet-elektrische tandenborstel. En die hand-heggeschaar ga ik weer oliën. Ho, wacht even, tel ik dan nog wel mee? Ze moeten natuurlijk niet denken dat ik achterop loop. Ik geloof dat ik maar een food-processor koop. Staat best state-of-art. En ik hoef hem niet te gebruiken toch? Ton van Leijen
|























