(advertentie)

cda

REGIO - “We gaan voor 12 zetels, 3 meer dan de huidige 9.” Aan het woord zijn de Veluwse CDA-kandidaten voor Provinciale Staten Harold Zoet (nr. 2) en Rene Slager (nr. 21). Een sterke overtuiging van het belang van een CDA-bijdrage in de Staten hebben alle kandidaten. Zoet: “De provincie verbindt en steunt heel veel projecten in de regio. Het CDA is een duurzame middenpartij, die kan zorgen voor het evenwicht tussen stad en plateland.”

Een belangrijk punt in de verkiezingen zijn de NUON-gelden. Door de NUON-gelden is Gelderland een van de rijkste provincies van Nederland. De provincie beschikt over 4 miljard euro aan kapitaal. Jaarlijks gaat 500 miljoen euro aan renteopbrengst naar tal van projecten. “Wat ons betreft moet de provincie hier meer mee doen. Zeker nu gemeenten enorm moeten bezuinigen,” zegt Harold Zoet.

Investeringsgolf
Het CDA vindt dat 500 miljoen van het totaal kapitaal gebruikt zou kunnen worden om de economie verder op gang te krijgen. “Het geld moet gericht aan de burger teruggegeven worden,” aldus Zoet. “Er zijn heel veel initiatieven bij ondernemers in de regio. Als provincie kunnen wij een investeringsgolf veroorzaken.”

Over de NUON-gelden verschillen de Gelderse politieke partijen nogal van mening. “De grote reserve is een appeltje voor de dorst, maar het CDA wil waar nodig steun bieden om projecten in de goede richting te helpen.” Volgens Zoet neemt zijn partij met dit standpunt een middenpositie in de discussie in.

Evenwicht stad en platteland
Daarnaast is het CDA onderscheidend wat betreft het beleid over stad en platteland. Zo is voor de leefbaarheid op het platteland van Gelderland breedband internet een must, menen de twee CDA’ers. Het CDA wil vóór 2020 in heel Gelderland glasvezelkabels aanleggen. Ook bereikbaarheid op de snelwegen staat hoog op de agenda. Zoet: “Wij willen dat de A1 zo snel mogelijk wordt verbreed, niet pas in 2028. De bereikbaarheid moet goed blijven.” Het valt de twee kandidaten op dat de Rijkswegen in de Randstad wel worden aangepakt, maar dat daarbuiten nauwelijks iets gebeurt. ‘‘Van dat Randstedelijk denken word ik soms zo moe.”